|
7983 |
INDUSTRIEELE ONDERNEMINGEN. 677 |
|
7984 |
der jongste emissies genoten inschrijvers tot het aantal aandeelen, |
|
7985 |
waarvoor zij op beide laatste soorten hadden ingeschreven, de voor- |
|
7986 |
keur boven andere inschrijvers. Winstverdeeling: Allereerst |
|
7987 |
6 pct. (cumulatief) op de preferente aandeelen; vervolgens 6 pct. |
|
7988 |
(cumulatief) op de preferente winstdeelende aandeelen B en daarna |
|
7989 |
6 pct. (cumulatief) op de pref. winstd. aandeelen C, van het restant |
|
7990 |
6 pct. op de gewone aandeelen. Van het overschot wordt uitgekeerd aan |
|
7991 |
commissarissen f 5000, of zooveel minder als de overwinst minder bedraagt, |
|
7992 |
en indien deze meer dan f 5000 beloopt, zoo mogelijk 2 pct. aan directeuren |
|
7993 |
en 16 pct. aan directeuren en beambten van de vennootschap en van de |
|
7994 |
ondernemingen waarin deze aandeel heeft. Het overige kan geheel of ge- |
|
7995 |
deeltelijk in het reservefonds worden gestort. Geschiedt dit niet, noch |
|
7996 |
wordt het overschot op nieuwe rekening overgebracht, zoo moet het worden |
|
7997 |
uitgekeerd aan houders van gewone aandeelen, van pref. winstd. aand. B |
|
7998 |
en dito C. Eerstgenoemden ontvangen eerst 4 pct. boven hun primair divi- |
|
7999 |
dend; voor elk procent dat meer wordt uitgekeerd, ontvangen houders van |
|
8000 |
pref. winstd. aandeelen B 1/10 pct. en houders van idem C 1/5 pct. Is |
|
8001 |
op deze wijze aan houders van pref. winstd. aand. B 2 pct. en aan die van |
|
8002 |
dito C 3 pct. uitgekeerd, dan komt het overige geheel aan gew. aandeel- |
|
8003 |
houders ten goede, met dien verstande, dat in dit geval eerst zoo mogelijk |
|
8004 |
aan de houders van prioriteits-aandeelen 6 pct. over hun kapitaal wordt |
|
8005 |
uitgekeerd. Indien de uitkeering uit de overwinst aan houders |
|
8006 |
van gewone aandeelen meer dan f 250.000 bedraagt, wordt even- |
|
8007 |
wel te voren 2 pct. van hetgeen deze uitdeeling meer bedraagt, |
|
8008 |
aan commissarissen uitgekeerd. Wat dan nog overschiet komt ten |
|
8009 |
goede aan de gewone aandeelen. Dividenden verjaren na 5 jaar. |
|
8010 |
Dividend gewone aand. 1906-1920: 9, 5, 10, 19, 15, 15, 20, 20, 20, |
|
8011 |
25, 25, 25, 15, 25 en 15 pct. (no. 15, 12 Mei 1921) ; sedert: nihil ; dividend |
|
8012 |
pref. aandeelen sedert 1910 telkens 6 pct., dividend pref. |
|
8013 |
winstdeelende aandeelen B 2e halfjaar 1914: 33 pct .; 1915, |
|
8014 |
1916 en 1917 6 pct. plus 1} pct. extra, 1918: 6 pct. plus 4 pct. extra; 1919: |
|
8015 |
6 pct. plus 1} pct. extra; 1920: 6 pct. plus } pct. extra; 1921 en 1922 6 pct. ; |
|
8016 |
divid. pref. winstd. aand. C. eerste div. 1919: 3 pct. (alleen |
|
8017 |
super-div.); 1920: 6 pct. plus 1 pct. extra; 1921 en 1922: 6 pct. Direc- |
|
8018 |
teuren: Anton Jurgens Hzn., Frans Jurgens, Rudolf Jurgens en Emile |
|
8019 |
Jurgens. Commissarissen: Mr. J. J. I. Harte van Tecklenburg, |
|
8020 |
C. E. ter Meulen, I. IJsel de Schepper, W. Westerman en vaca- |
|
8021 |
ture. 5 pct. obligatiën 1906, groot, f 1000 met co u- |
|
8022 |
pons per 2 Januari en 1 Juli. Leening groot f 2.500.000, waar- |
|
8023 |
van op f 2.000.000 op 16 Juli 1906 bij de Amsterdamsche Bank, Labouchère |
|
8024 |
Oyens & Co.'s Bank en de Rotterdamsche Bank de inschrijving was open- |
|
8025 |
gesteld, tot den koers van 992 pct. Het nog uitstaand bedrag dezer lee- |
|
8026 |
ning ad f 900.000 werd op 1 October 1922 à pari afgelost. De obligatiën |
|
8027 |
vervielen 17 October 1922 uit de officiëele noteering. |
|
8028 |
Converteerbare gewaarborgde 6 pct. obli .atiën |
|
8029 |
groot f 500 met coupons per 1 Januari en 1 Juli, samenvoeg- |
|
8030 |
baar in stukken van f 2500, die ten allen tijde weder in coupures van |
|
8031 |
f 500 kunnen worden gesplitst. Tot 31 Juli 1927 geschiedt een der- |
|
8032 |
gelijke splitsing of samenvoeging kosteloos, daarna tegen betaling van |
|
8033 |
eventueele zegelkosten. Houders hebben tot Juli 1927 telken jar in Ja- |
|
8034 |
nuari en Juli het recht hunne obligatiën te converteeren in ge- |