|
8339 |
INDUSTRIEELE ONDERNEMINGEN. 673 |
|
8340 |
boekjaar zelf op 1 Aug. en 3 pct. (f 30) slot op 1 Febr. van het volgende boekjaar. |
|
8341 |
De uitbetaling geschiedde tegen resp. div.bew. A en B. Het dividend over 1922 |
|
8342 |
en 1923 was telkens op één datum betaalbaar (12 Mei 1924 no. 14 A en 14 B elk met |
|
8343 |
f 30).In 1924 zal ook niet ad interim worden uitgekeerd. |
|
8344 |
6 pct. cumulatief preferente winstdeelende aandee- |
|
8345 |
len B, groot f 1200 (£ 100). Achtereenvolgens werden geplaatst: |
|
8346 |
In Juni 1914 te Londen à 101} pct. (3500 aand. à £ 100, no.s 1-3500)1) f 4.200.000 .- |
|
8347 |
Op 9 Juni 1914 te Amsterdam à 101 pct. (3500 aandeelen à £ 100, |
|
8348 |
no's. 3501-7000)1) / 4.200.000 .-- |
|
8349 |
Op 30 Sept. 1915 te Amsterdam à 100 pct. incl. halve div. 1915 (3000 aand |
|
8350 |
groot / 1200, no's 7001-10.000)2) f 3.600.000 .- |
|
8351 |
Op 20 Nov. 1916 à 101 pct. (4000 aand. groot f 1200, no's 10001-14000) 1 4.800.000. |
|
8352 |
Ondershands in 1917 (2000 aandeelen, nos. 14001-16000) f 2.400.000 .- |
|
8353 |
Op 10 Juli 1917 à 101 pct. (4000 aand. groot f 1.200, no's. 16001-20000, incl. |
|
8354 |
halfjaarsdividend 1917) 1 4.800.000. |
|
8355 |
Op 29 Juli 1919 (8000 aand. groot / 1200, no's. 20.001-28.000 à 100 pct., incl |
|
8356 |
à div. 1919 en het volle sup .- div.) 9.600 000 .- |
|
8357 |
In 1919 ondershands geplaatst (604 aand. groot f 1200, no.'s 28.001-28.604 / 724.800,- |
|
8358 |
Uitstaand bedrag 31 December 1919 f 34.324.800 .- |
|
8359 |
1) De aandeelen, genummerd 1-7000 en die 2) genummerd 7001 en hooger worden te |
|
8360 |
Amsterdam afzonderlijk genoteerd, omdat de dividenden van deze met een vast |
|
8361 |
bedrag, van gene naar den pondenkoers betaald worden; zie echter de nadere rege- |
|
8362 |
ling in de kleine letter hierna. |
|
8363 |
Betaald dividend 1916-1918 der aandeelen 1-7000 (pondenkoers) zie jaarg |
|
8364 |
1922, blz. 633. In 1919-1923 werden ingevolge de regeling hierna in de kleine letter |
|
8365 |
genoemd op de „ponden-" zoowel als op de „guldens-aandeelen" gelijke bedragen |
|
8366 |
betaald. De betaling geschiedde tot en met dividend 1921 in drieën, n.l. 3 pct. |
|
8367 |
interim, 3 pct. slot- en een varieerend super-dividend. In 1922 en 1923 werd het |
|
8368 |
dividend telkens op één datum betaald (12 Mei 1924, nos. 10A en 10B elk met f 36). |
|
8369 |
In 1924 zal ook niet ad interim worden betaald. De super-dividenden werden voor- |
|
8370 |
heen steeds in Mei uitgekeerd en bedroegen over 1916-1920 resp. 1}, 12, 2, 1} en } pct., |
|
8371 |
sedert nihil. |
|
8372 |
Inzake het dividend op de B's no's 1-7000. Bij de emissie dezer aandeelen |
|
8373 |
werd bepaald, dat haar dividend naar den pondenkoers betaalbaar zou worden |
|
8374 |
gesteld. Door de daling van den koers van het pond sterling als gevolg van den |
|
8375 |
wereldoorlog werd zoodoende het dividend op deze categorie aandeelen belangrijk |
|
8376 |
besnoeid. In een correspondentie in de N. F. en Kap. vond het bestuur echter aan- |
|
8377 |
leiding op 24 Jan 1919 een voorstel aan aandeelhouders voor te leggen, dat werd |
|
8378 |
aangenomen en luidt als volgt: „Voor de uitbetaling der in de toekomst ver- |
|
8379 |
„vallende dividenden op de cum. pref. winstdeelende aandeelen B., nos. 1 tot en |
|
8380 |
„met 7000, welke in Nederland betaalbaar zijn, zal, zoolang de zichtkoers op Londen |
|
8381 |
„minder dan f 12 bedraagt, een herleidingskoers van / 12 worden aangenomen, voor |
|
8382 |
„zoover de winsten der vennootschap toelaten zulks te doen zonder nadeel voor de |
|
8383 |
„overige houders van cum. pref. winstdeelende aandeelen B." |
|
8384 |
6 pct. cumulatief preferente winstdeelende aandee- |
|
8385 |
len C, groot f 1000. Hiervan geplaatst: |
|
8386 |
Op 3 December 1919 à 100 pct. (incl. } div. 1919 en het volle super-div.) |
|
8387 |
20.000 aandeelen à f 1000 f 20.000.000 .- |
|
8388 |
Deze aandeelen werden 17 Februari 1920 in de officiëele noteering opgenomen. |
|
8389 |
Dividend werd sedert de uitgifte geregeld betaald; over 1919 en 1920 inclusief |
|
8390 |
resp. 3 en 1 pct. superdividend. Verder geen superdividend. Het 1922- en 1923 div. was |
|
8391 |
op één datum betaalbaar (12 Mei 1924, nos. 10A en 10B elk met f 30). In 1924 |
|
8392 |
wordt ook geen div. ad interim betaald. |
|
8393 |
De prioriteits-aandeelen (f 100.000) zijn uitgegeven ter handhaving van het |
|
8394 |
nationaal karakter der vennootschap. |
|
8395 |
De inschrijvingen stonden telkens open bij de Rotterdamsche Bankveree- |
|
8396 |
niging (Rott. Bank, Labouchere, Oyene & Co.'s Bank), de Amsterdamsche |
|
8397 |
Bank en ten kantore der Vennootschap. Voor het prospectus der emissies |
|
8398 |
in 1919 zie men aan het eind van deel I, jaarg. 1920. Bij de toewijzing |
|
8399 |
der jongste emissies genoten inschrijvers tot het aantal aandeelen, |
|
8400 |
waarvoor zij op beide laatste soorten hadden ingeschreven, de voor- |
|
8401 |
VAN Oss, Effectenboek voor 1925. XXII1. 43 |