|
8402 |
674 INDUSTRIEELE ONDERNEMINGEN. |
|
8403 |
keur boven andere inschrijvers. Winstverdeeling: Allereerst |
|
8404 |
6 pct. (cumulatief) op de preferente aandeelen; vervolgens 6 pct. |
|
8405 |
(cumulatief) op de preferente winstdeelende aandeelen B en daarna |
|
8406 |
6 pct. (cumulatief) op de pref. winstd. aandeelen C, van het restant |
|
8407 |
6 pct. op de gewone aandeelen. Van het overschot wordt uitgekeerd aan |
|
8408 |
commissarissen f 5000, of zooveel minder als de overwinst minder bedraagt, |
|
8409 |
en indien deze meer dan f 5000 beloopt, zoo mogelijk 2 pct. aan directeuren |
|
8410 |
en 16 pct. aan directeuren en beambten van de vennootschap en van de |
|
8411 |
ondernemingen waarin deze aandeel heeft. Het overige kan geheel of ge- |
|
8412 |
deeltelijk in het reservefonds worden gestort. Geschiedt dit niet, noch |
|
8413 |
wordt het overschot op nieuwe rekening overgebracht, zoo moet het worden |
|
8414 |
uitgekeerd aan houders van gewone aandeelen, van pref. winstd. aand. B |
|
8415 |
en dito C. Eerstgenoemden ontvangen eerst 4 pct. boven hun primair divi- |
|
8416 |
dend; voor elk procent dat meer wordt uitgekeerd, ontvangen houders van |
|
8417 |
pref. winstd. aandeelen B 1/10 pct. en houders van idem C 1/5 pct. Is |
|
8418 |
op deze wijze aan houders van pref. winstd. aand. B 2 pct. en aan die van |
|
8419 |
dito C 3 pct. uitgekeerd, dan komt het overige geheel aan gew. aandeel- |
|
8420 |
houders ten goede, met dien verstande, dat in dit geval eerst zoo mogelijk |
|
8421 |
aan de houders van prioriteits-aandeelen 6 pct. over hun kapitaal wordt |
|
8422 |
uitgekeerd. Indien de uitkeering uit de overwinst aan houders |
|
8423 |
van gewone aandeelen meer dan f 250.000 bedraagt, wordt even- |
|
8424 |
wel te voren 2 pct. van hetgeen deze uitdeeling meer bedraagt, |
|
8425 |
aan commissarissen uitgekeerd. Wat dan nog overschiet komt ten |
|
8426 |
goede aan de gewone aandeelen. Dividenden verjaren na 5 jaar. |
|
8427 |
Dividend gewone aand. 1906-1920: 9, 5, 10, 19, 15, 15, 20, 20, 20, |
|
8428 |
25, 25, 25, 15, 25 en 15 pct. (no. 15, 12 Mei 1921); sedert: nihil; dividend |
|
8429 |
pref. aandeelen sedert 1910 telkens 6 pct., dividend pref. |
|
8430 |
winstdeelende aandeelen B 2e halfjaar 1914: 33 pct .; 1915- |
|
8431 |
1923 : 74, 74, 74 63, 74, 6}, 6, 6 en 6 pct. ; dividend pref. winstd. |
|
8432 |
aandeelen C eerste div. 1919: 3 pct. (alleen super-div.); 1920-1923: |
|
8433 |
telkens 6 pct. Directeuren: Anton Jurgens Hzn., Frans Jurgens, |
|
8434 |
Rudolf Jurgens en Emile Jurgens. Commissarissen: Mr. J. J. |
|
8435 |
I. Harte van Tecklenburg, I. IJsel de Schepper, W. Westerman en vaca- |
|
8436 |
ture. Voor de 5 pct. obligatieleening 1906, 1 October 1922 |
|
8437 |
geheel afgelost, zie men jaarg. 1924 en vorige. |
|
8438 |
6 pct. Converteerb. gewaarborgde obligatiën 1922 |
|
8439 |
groot f 500 met coupons per 1 Januari en 1 Juli, samenvoeg- |
|
8440 |
baar in stukken van f 2500. De coupures van f 500 en f 2500 hebben |
|
8441 |
sedert 27 October 1924 afzonderlijke noteering. De groote |
|
8442 |
stukken kunnen te allen tijde weder in coupures van f 500 worden |
|
8443 |
gesplitst. Tot 31 Juli 1927 geschiedt een dergelijke splitsing |
|
8444 |
of samenvoeging kosteloos, daarna tegen betaling van eventueele |
|
8445 |
zegelkosten. Houders hebben tot en met Juli 1927 telken jare in |
|
8446 |
Januari en Juli het recht hunne obligatiën te converteeren in ge- |
|
8447 |
wone aandeelen, op basis van f 3000 obligaties tegen f 2000 aandeelen. |
|
8448 |
Wanneer vóór Juli 1927 gewone aandeelen onder 150 pct. uitgegeven moch- |
|
8449 |
ten worden, dan wordt deze basis overeenkomstig gewijzigd. Gedurende |
|
8450 |
de eerste vijf jaar mogen de obligatiën niet aflosbaar worden ge- |
|
8451 |
steld. Daarna zal jaarlijks in November (eerste maal Nov. 1927) f 2.000.000 |
|
8452 |
worden uitgeloot ter aflossing op 1 Januari d.a.v., zoodat de ge- |
|
8453 |
heele leening uiterlijk in 1947 zal zijn gedelgd. Vervroegde ge- |