|
65844 |
1658 SPOORWEGFONDSEN. |
|
65845 |
landen, die tot volstorting verplicht is op zoodanige tijdstippen en met |
|
65846 |
zulke bedragen als door de Ministers van Waterstaat en Financiën in |
|
65847 |
overleg met de directie zal worden bepaald. De meerderheid der com- |
|
65848 |
missarissen wordt benoemd en ontslagen door genoemde Ministers. |
|
65849 |
Op de gecombineerde buitengewone vergaderingen van aandeelhou- |
|
65850 |
ders van de S. S. en de H. IJ. S. M. van 11 December 1920 |
|
65851 |
werd besloten een overeenkomst aan te gaan met den |
|
65852 |
staat der Nederlanden, behoudens bekrachtiging bij de Wet, |
|
65853 |
tot wijziging van de Statuten en vaststelling van bepalingen nopens de |
|
65854 |
exploitatie van Spoor- en Tramwegen, afwijkende van die der met den |
|
65855 |
Staat gesloten overeenkomst van 21 Januari 1890. Uit deze overeenkomst |
|
65856 |
tusschen S.S. en den Staat blijkt o.m. dat het op de aandeelen gestort |
|
65857 |
maatschappelijk kapitaal der Maatschappij gesteld is op veertig mil- |
|
65858 |
lioen gulden (vroeger 18 millioen). De Staat verbindt zich voor 88000 te |
|
65859 |
zijnen name gestelde aandeelen der Maatschappij aan deze op de wijze |
|
65860 |
als bij hare statuten omschreven f 250 per aandeel te betalen. Volgens |
|
65861 |
de overeenkomst tusschen H. IJ. S. M. en den Staat wordt het aan- |
|
65862 |
deelenkapitaal dier Maatschappij gesteld op vijftig millioen gulden (vroeger |
|
65863 |
22} millioen). De Staat verbindt zich voor 27500 te zijnen name gestelde |
|
65864 |
aandeelen der Maatschappij, f 1000 per aandeel te betalen. De bevoegd- |
|
65865 |
heid der beide Maatschappijen tot opzegging der overeenkomst van 1890 |
|
65866 |
vervalt. Artikel 8 der overeenkomst, betrekking hebbend op de winst- |
|
65867 |
verdeeling, luidt als volgt: (1) In afwijking van het bepaalde bij het |
|
65868 |
eerste lid van artikel 33 der overeenkomst 1890 H. S. verblijft telken jare |
|
65869 |
het winstsaldo tot een bedrag van 5.026.315.8 pct. van het op de |
|
65870 |
aandeelen aan toonder gestort en niet terugbetaald maatschappelijk |
|
65871 |
kapitaal aan de Mij., ontvangt de Staat daarna een bedrag van één (1) |
|
65872 |
ten honderd van gezegd kapitaal en wordt hetgeen dan nog overblijft |
|
65873 |
in dier voege tusschen den Staat en de Mij. verdeeld, dat ieder van beide |
|
65874 |
partijen daarvan een gelijk aandeel verkrijgt, totdat het geheele aandeel |
|
65875 |
der Mij. bedraagt zes en een half (6.5) ten honderd van gemeld kapitaal, |
|
65876 |
als wanneer van hetgeen dan nog beschikbaar is vier vijfde gedeelten (?) |
|
65877 |
aan den Staat worden uitgekeerd en één vijfde gedeelte () aan de Mij. |
|
65878 |
verblijft. (2) Daarentegen betaalt de Staat aan de Mij. - zoo daarvoor |
|
65879 |
noodig met afwijking van het laatste lid van genoemd artikel 33 - het- |
|
65880 |
geen in eenig jaar blijkens de winst- en verliesrekening der Mpij. vereischt |
|
65881 |
mocht zijn om tot een winstsaldo van 5,026.315.8 pct. van het op de |
|
65882 |
aandeelen aan toonder gestort en niet terugbetaald maatschappelijk |
|
65883 |
kapitaal te komen. Deze betaling geschiedt binnen ééne maand, nadat de |
|
65884 |
jaarlijksche balans en winst- en verliesrekening op de daarvoor bij de |
|
65885 |
statuten der Mpij. bepaalde wijze zijn vastgesteld. (3) Hetgeen van het |
|
65886 |
winstsaldo aan de Mpij. verblijft, is bestemd tot uitkeering als dividend |
|
65887 |
aan de houders van aand. aan toonder en de oprichters der mpij. In art. |
|
65888 |
13 staat o.m .: Art. 8 vindt geen toepassing op het op 31 Dec. 1920 eindigende |
|
65889 |
boekjaar der Mpij. De Mpij. verbindt zich over genoemd boekjaar voor uit- |
|
65890 |
keering aan aandeelhouders geen gelden te ontleenen aan de fondsen, |
|
65891 |
bedoeld in artikel 46 der overeenkomst 1890 H. S. De Raad van Com- |
|
65892 |
missarissen van beide Maatschappijen, thans bestaande uit tenminste |
|
65893 |
15 en ten hoogste 29 commissarissen zal voortaan bestaan uit 11 à 13 commis- |
|
65894 |
sarissen, waarvan er 6 à 7 worden benoemd en ontslagen door de Ministers |
|
65895 |
van Waterstaat en Financiën, die voor elk een plaatsvervanger kunnen |