|
8766 |
INDUSTRIEELE ONDERNEMINGEN. 687 |
|
8767 |
In Juni 1914 te Londen à 1012 pct. (3500 aand. à £ 100, no.s 1-3500)1) 1 4.200.000 .- |
|
8768 |
Op 9 Juni 1914 te Amsterdam à 101 pct. (3500 aandeelen à £ 100, |
|
8769 |
no's. 3501-7000)1) 1 4.200.000 .-- |
|
8770 |
Op 30 Sept. 1915 te Amsterdam à 100 pct. incl. halve div. 1915 (3000 aand. |
|
8771 |
groot f 1200, no's 7001-10.000)2) 1 3.500.000 .- |
|
8772 |
Op 20 Nov. 1916 à 101 pct. (4000 aand. groot f 1200, no's 10001-14000) f 4.800.000 .- |
|
8773 |
Ondershands in 1917 (2000 aandeelen, nos. 14001-16000) 1 2.400.000 .- |
|
8774 |
Op 10 Juli 1917 à 101 pct. (4000 aand. groot / 1.200, no's. 16001-20000, incl. |
|
8775 |
halfjaarsdividend 1917) ៛ 4.800.000 .- |
|
8776 |
Op 29 Juli 1919 (8000 aand. groot / 1200, no's. 20.001-28.000 à 100 pct., incl |
|
8777 |
¿ div. 1919 en het volle sup .- div.) ៛ 9.600 000 .- |
|
8778 |
In 1919 ondershands geplaatst (604 aand. groot f 1200, no.'s 28.001-28.604 ៛ 724.800 .- |
|
8779 |
In 1925 ondershands incl. div. 1925, 2425 à f 1200, ro. 28.605-31.029 f 2.910.000 .- |
|
8780 |
Uitstaand bedrag 31 December 1925 f 37.234.800 .- |
|
8781 |
1) De aandeelen, genummerd 1-7000 en die 2) genummerd 7001 en hooger worden te |
|
8782 |
Amsterdam afzonderlijk genoteerd, omdat de dividenden van deze met een vast |
|
8783 |
bedrag, van gene naar den pondenkoers betaald worden; zie echter de nadere rege- |
|
8784 |
ling in de kleine letter hierna. |
|
8785 |
Betaald dividend 1916-1918 der aandeelen 1-7000 (pondenkoers) zie jaarg |
|
8786 |
1922, blz. 633. In 1919-1923 werden ingevolge de regeling hierna in de kleine letter |
|
8787 |
genoemd op de „ponden-" zoowel als op de „guldens-aandeelen" gelijke bedragen |
|
8788 |
betaald. De betaling geschiedde tot en met dividend 1921 in drieën, n.l. 3 pct. |
|
8789 |
interim, 3 pct. slot- en een varieerend super-dividend. In 1922-1924 werd het divi- |
|
8790 |
dend telkens op één datum betaald. Bij de betaling van het dividend over 1924 |
|
8791 |
werd op de eerste 7000 aandeelen weder volgens pondenkoers betaald, zoodat de |
|
8792 |
div.bewijzen no. 11a en 11b dezer aandeelen op 12 Mei 1925 betaalbaar waren met |
|
8793 |
f 36.20 elk en van de overige aandeelen B met f 36 elk. In 1925 zal ook niet ad in- |
|
8794 |
terim worden betaald. De super-dividenden werden voorheen steeds in Mei uitge- |
|
8795 |
keerd en bedroegen over 1916-1920 resp. 11, 12, 2, 1} en 2 pct., sedert nihil. De |
|
8796 |
dividendbewijzen O voor super-dividend no. 8-11 zijn waardeloos. |
|
8797 |
Inzake het dividend op de B's no's 1-7000. Bij de emissie dezer aandeelen |
|
8798 |
werd bepaald, dat haar dividend naar den pondenkoers betaalbaar zou worden |
|
8799 |
gesteld. Door de daling van den koers van het pønd sterling als gevolg van den |
|
8800 |
wereldoorlog werd zoodoende het dividend op deze categorie aandeelen belangrijk |
|
8801 |
besnoeid. In een correspondentie in de N. F. en Kap. vond het bestuur echter aan- |
|
8802 |
leiding op 24 Jan 1919 een voorstel aan aandeelhouders voor te leggen, dat werd |
|
8803 |
aangenomen en luidt als volgt: „Voor de uitbetaling der in de toekomst ver- |
|
8804 |
„vallende dividenden op de cum. pref. winstdeelende aandeelen B., nos. 1 tot en |
|
8805 |
„met 7000, welke in Nederland betaalbaar zijn, zal, zoolang de zichtkoers op Londen |
|
8806 |
„minder dan f 12 bedraagt, een herleidingskoers van f 12 worden aangenomen, voor |
|
8807 |
„zoover de winsten der vennootschap toelaten zulks te doen zonder nadeel voor de |
|
8808 |
„overige houders van cum. pref. winstdeelende aandeelen B." |
|
8809 |
6 pct. cumulatief preferente winstdeelende aandee- |
|
8810 |
len C, groot f 1000. Hiervan geplaatst: |
|
8811 |
Op 3 December 1919 à 100 pct. (incl. ¿ div. 1919 en het valle super-div.) : |
|
8812 |
20.000 aandeelen à f 1000 f 20.000.000 .- |
|
8813 |
In 1925 ondershands incl. div. 1925, 2908 à f 1000, nos. 20.001-22.908 f 2.908.000 |
|
8814 |
De aandeelen C zijn sedert 17 Febr. 1920 officieel genoteerd. |
|
8815 |
Dividend werd sedert de uitgifte geregeld betaald; over 1919 en 1920 inclusief |
|
8816 |
resp. 3 en 1 pct. superdividend. Verder geen superdividend. Het 1922-1924-div. was |
|
8817 |
op één datum betaalbaar (12 Mei 1925, no. 11A en 11B elk met f 30). In 1925 wordt |
|
8818 |
ook geen div. ad interim betaald. De dividendbewijzen gemerkt C voor super- |
|
8819 |
dividend nos. 8-11 zijn waardeloos. |
|
8820 |
De prioriteits-aandeelen (f 100.000) zijn uitgegeven ter handhaving van het |
|
8821 |
nationaal karakter der vennootschap. |
|
8822 |
De inschrijvingen stonden telkens open bij de Rotterdamsche Bankveree- |
|
8823 |
niging (Rott. Bank, Labouchere, Oyen & Co.'s Bank), de Amsterdamsche |
|
8824 |
Bank en ten kantore der Vennootschap. Voor het prospectus der emissies |
|
8825 |
in 1919 zie men aan het eind van deel I, jaarg. 1920. Bij de toewijzing |
|
8826 |
der jongste emissies genoten inschrijvers tot het aantal aandeelen, |
|
8827 |
waarvoor zij op beide laatste soorten hadden ingeschreven, de voor- |
|
8828 |
keur boven andere inschrijvers. Winstverdeeling: Allereerst |
|
8829 |
6 pct. (cumulatief) op de preferente aandeelen; vervolgens 6 pct. |
|
8830 |
(cumulatief) op de preferente winstdeelende aandeelen B en daarna |