|
8831 |
688 INDUSTRIEELE ONDERNEMINGEN. |
|
8832 |
6 pct. (cumulatief) op de pref. winstd. aandeelen C, van het restant |
|
8833 |
6 pct. op de gewone aandeelen. Van het overschot wordt uitgekeerd aan |
|
8834 |
commissarissen f 5000, of zooveel minder als de overwinst minder bedraagt, |
|
8835 |
en indien deze meer dan f 5000 beloopt, zoo mogelijk 2 pct. aan directeuren |
|
8836 |
en 16 pct. aan directeuren en beambten van de vennootschap en van de |
|
8837 |
ondernemingen waarin deze aandeel heeft. Het overige kan geheel of ge- |
|
8838 |
deeltelijk in het reservefonds worden gestort. Geschiedt dit niet, noch |
|
8839 |
wordt het overschot op nieuwe rekening overgebracht, zoo moet het worden |
|
8840 |
uitgekeerd aan houders van gewone aandeelen, van pref. winstd. aand. B |
|
8841 |
en dito C. Eerstgenoemden ontvangen eerst 4 pct. boven hun primair divi- |
|
8842 |
dend; voor elk procent dat meer wordt uitgekeerd, ontvangen houders van |
|
8843 |
pref. winstd. aandeelen B 1/10 pct. en houders van idem C 1/5 pct. Is |
|
8844 |
op deze wijze aan houders van pref. winstd. aand. B 2 pct. en aan die van |
|
8845 |
dito C 3 pct. uitgekeerd, dan komt het overige geheel aan gew. aandeel- |
|
8846 |
houders ten goede, met dien verstande, dat in dit geval eerst zoo mogelijk |
|
8847 |
aan de houders van prioriteits-aandeelen 6 pct. over hun kapitaal wordt |
|
8848 |
uitgekeerd. Indien de uitkeering uit de overwinst aan houders |
|
8849 |
van gewone aandeelen meer dan f 250.000 bedraagt, wordt even- |
|
8850 |
wel te voren 2 pct. van hetgeen deze uitdeeling meer bedraagt, |
|
8851 |
aan commissarissen uitgekeerd. Wat dan nog overschiet komt ten |
|
8852 |
goede aan de gewone aandeelen. Dividenden verjaren na 5 jaar. |
|
8853 |
Dividend gewone aand. 1906-1920: 9, 5, 10, 19, 15, 15, 20, 20, 20, |
|
8854 |
25, 25, 25, 15, 25 en 15 pct. (no. 15, 12 Mei 1921) ; sedert : nihil ; dividend |
|
8855 |
pref. aandeelen sedert 1910 telkens 6 pct., dividend pref. |
|
8856 |
winstdeelende aandeelen B 2e halfjaar 1914: 3} pet .; 1915- |
|
8857 |
1924 : 73, 74, 74, 64, 74, 64, 6, 6, 6 en 6 pct. ; dividendpref. winstd. |
|
8858 |
aandeelen C eerste div. 1919: 3 pct. (alleen super-div.) ; 1920: 7 pct .; |
|
8859 |
1921-1924: telkens 6 pct. Directeuren: Anton Jurgens Hzn., Frans |
|
8860 |
Jurgens, Rudolf Jurgens en Emile Jurgens. Commissarissen: |
|
8861 |
Mr. J. J. I. Harte van Tecklenburg en W. Westerman, te den Haag, Sir |
|
8862 |
Charles Stuart K.B.E. te Londen en Dr. Paul Millington Herrmann te |
|
8863 |
Hamburg. Voor de 5 pct. obligatieleening 1906, 1 October |
|
8864 |
1922 geheel afgelost, zie men jaarg. 1924 en vorige. |
|
8865 |
6 pct. Converteerb. gewaarborgde obligatiën 1922 |
|
8866 |
groot f 500 met coupons per 1 Jan. en 1 Juli, samenvoeg- |
|
8867 |
baar in stukken van f 2500. De coupures van f 500 en f 2500 hebben |
|
8868 |
sedert 27 October 1924 afzonderlijke noteering. De groote |
|
8869 |
stukken kunnen te allen tijde weder in coupures van f 500 worden |
|
8870 |
gesplitst. Tot 31 Juli 1927 geschiedt een dergelijke splitsing |
|
8871 |
of samenvoeging kosteloos, daarna tegen betaling van eventueele |
|
8872 |
zegelkosten. Houders hebben tot en met Juli 1927 telken jare in |
|
8873 |
Januari en Juli het recht hunne obligatiën te converteeren in ge- |
|
8874 |
wone aandeelen, op basis van f 3000 obligaties tegen f 2000 aandeelen. |
|
8875 |
Wanneer vóór Juli 1927 gewone aandeelen onder 150 pct. uitgegeven moch- |
|
8876 |
ten worden, dan wordt deze basis overeenkomstig gewijzigd. Gedurende |
|
8877 |
de eerste vijf jaar mogen de obligatiën niet aflosbaar worden gesteld. |
|
8878 |
Daarna zal jaarlijks in November (eerste maal Nov. 1927) f 2.000.000 |
|
8879 |
worden uitgeloot ter aflossing op 1 Januari d.a.v., zoodat de ge- |
|
8880 |
heele leening uiterlijk in 1947 zal zijn gedelgd. Vervroegde ge- |
|
8881 |
heele aflossing der leening à 105 pct. na 1 Januari 1928 voor- |
|
8882 |
behouden. Gedeeltelijke extra uitloting en aflossing à 105 pct. na 1 Jan. |