|
8727 |
688 INDUSTRIEELE ONDERNEMINGEN |
|
8728 |
6 pct. cumulatief preferente aandeelen, (thans in de no- |
|
8729 |
teering met de letter A), groot f 1000. Achtereenvolgens werden ge- |
|
8730 |
plaatst : |
|
8731 |
Bij de uitgifte f 1.500.000 .- |
|
8732 |
Op 29 Nov. 1910 (à 100 pct., plus į pct. loopende rente, incl. half div. 1910) 2.000.000 .- |
|
8733 |
Begin September 1911 (à 100 pct.) f 300.000. benevens onderhands / 200.000 500.000. |
|
8734 |
Op 29 April 1913 (à 100 pct. incl. div. 1913) 4.000.000 .- |
|
8735 |
In 1915 werden onderhands geplaatst 580.000 .- |
|
8736 |
Op 30 Sept. 1915 à 100 pct., incl. halve div. 1915 3.420.000 .- |
|
8737 |
Op 29 November 1916 (à 101 pct.) 4.000.000 .- |
|
8738 |
Op 10 Juli 1917 (à 101 pct. incl. halfj.diy. 1917) 4.000.000 .- |
|
8739 |
Op 29 Juli 1919 (à 100 pct., incl. ¿ div. 1919) 8.000.000. |
|
8740 |
In 1919 ondershands geplaatst 610.000 .- |
|
8741 |
Totaal f 28.610.000 .- |
|
8742 |
N.B. De stukken zijn voorzien van twee dividendbewijzen (a en b) voor elk |
|
8743 |
jaar n.l. voor interim- en slotdividend. Over 1922-1925 was echter telkens 6 pct. |
|
8744 |
op één datum tegen intrekking van 2 bewijzen, betaalbaar. |
|
8745 |
6 pct. cumulatief preferente winstdeelende aandee- |
|
8746 |
len B, groot f 1200 (£ 100). Achtereenvolgens werden geplaatst: |
|
8747 |
In Juni 1914 te Londen à 1012 pct. (3500 aand. à £ 100, no.s 1-3500)1) 1 4.200.000 .- |
|
8748 |
Op 9 Juni 1914 te Amsterdam à 101 pct. (3500 aandeelen à £ 100, |
|
8749 |
no's. 3501-7000) 1) ៛ 4.200.000 .-- |
|
8750 |
Op 30 Sept. 1915 te Amsterdam à 100 pct. incl. halve div. 1915 (3000 aand. |
|
8751 |
groot f 1200, no's 7001-10.000)2) 1 3.600.000 .- |
|
8752 |
Op 20 Nov. 1916 à 101 pct. (4000 aand. groot f 1200, no's 10001-14000) 1 4.800.000 .- |
|
8753 |
Ondershands in 1917 (2000 aandeelen, nos. 14001-16000) f 2.400.000 .- |
|
8754 |
Op 10 Juli 1917 à 101 pct. (4000 aand. groot f 1.200, no's. 16001-20000, incl. |
|
8755 |
halfjaarsdividend 1917) 1 4.800.000 .- |
|
8756 |
Op 29 Juli 1919 (8000 aand. groot / 1200, no's. 20.001-28.000 à 100 pct., incl |
|
8757 |
¿ div. 1919 en het volle sup .- div.) 1 9.600 000 .- |
|
8758 |
In 1919 ondershands geplaatst (604 aand. groot f 1200, no.'s 28.001-28.604 1 724.800, -- |
|
8759 |
In 1925 ondershande incl. div. 1925, 2425 à f 1200, ro. 28.605-31.029 f 2.910.000 .- |
|
8760 |
Totaal f 37.234.800 .- |
|
8761 |
1) De aandeelen, genummerd 1-7000 en die 2) genummerd 7001 en hooger worden |
|
8762 |
de Amsterdam afzonderlijk genoteerd, omdat de dividenden van deze met een vast |
|
8763 |
bedrag, van gene naar den pondenkoers, betaald worden; zie omtrent de regeling |
|
8764 |
volgens welke over 1918-1923 de pondenaandeelen evenveel ontvingen als de guldens- |
|
8765 |
aandeelen, de kleine letter op pag. 687 van deel I 1926. |
|
8766 |
N.B. De etukken zijn voorzien van drie dividendbewijzen voor elk jaar, gemerkt |
|
8767 |
a, b en c resp. voor 3 pct. interim-, 3 pct. slot- en voor superdividend. Over 1922- |
|
8768 |
1925 was het dividend steeds op één datum in eens op de a en b-bewijzen betaalbaar, |
|
8769 |
terwijl de superdividendbewijzen van die jaren waardeloos werden verklaard. |
|
8770 |
6 pct. cumulatief preferente winstdeelende aandee- |
|
8771 |
len C, groot f 1000. Hiervan geplaatst: |
|
8772 |
Op 3 December 1919 à 100 pct. (incl. ¿ div. 1919 en het volle super-div.) : |
|
8773 |
20.000 aandeelen à f 1000 f 20.000.000 .- |
|
8774 |
In 1925 ondershands incl. div. 1925, 2908 à f 1000, nos. 20.001-22.908 f 2.908.000 |
|
8775 |
De aandeelen C zijn sedert 17 Febr. 1920 officieel genoteerd. |
|
8776 |
merd N.B. als De bij de stukken zijn B-aandeelen voorzien (zie van boven). dividendbewijzen, onderverdeeld, en genum- |
|
8777 |
De prioriteits-aandeelen (f 100.000) zijn uitgegeven ter handhaving van het |
|
8778 |
nationaal karakter der vennootschap. |
|
8779 |
De inschrijvingen stonden telkens open bij de Rotterdamsche Bankveree- |
|
8780 |
niging (Rott. Bank, Labouchere, Oyene & Co.'s Bank), de Amsterdamsche |
|
8781 |
Bank en ten kantore der Vennootschap. Voor het prospectus der emissies |
|
8782 |
in 1919 zie men aan het eind van deel I, jaarg. 1920. Bij de toewijzing |
|
8783 |
der jongste emissies genoten inschrijvers tot het aantal aandeelen, |