|
68256 |
SPOORWEGFONDSEN. 1701 |
|
68257 |
tal spoorwegen, hetwelk sedert met een aantal nieuwe baanvakken is toe- |
|
68258 |
genomen, terwijl enkele kleinere baangedeelten aan andere exploitanten |
|
68259 |
werden overgedragen. De spoorwegen in eigendom der S.S. vormen slechts |
|
68260 |
een klein gedeelte van het geheele bij S.S. in beheer zijnde net. Het werd |
|
68261 |
sedert 1906 alleen vergroot door 'den aankoop der lijn Boxtel-grens, door |
|
68262 |
de S.S. gekocht van den faillieten boedel der N. B. D. S. (52.719 K.M.). |
|
68263 |
Voor een specificatie van het aantal K.M. in beheer bij S.S. gedurende |
|
68264 |
de laatste zeven jaren zie men het tabelletje hieronder. Het aan- |
|
68265 |
tal K.M. in medegebruik was ulto 1921 146.361, is sedert niet |
|
68266 |
weder opgegeven doch vermoedelijk onveranderd gebleven. Omtrent het |
|
68267 |
Autobusbedrijf der S. S. en H. S. zie men elders onder H. S. |
|
68268 |
Op de gecombineerde buitengewone vergaderingen van aandeelhou- |
|
68269 |
ders van de S. S. en de H. IJ. S. M. van 11 December 1920 |
|
68270 |
werd besloten een overeenkomst aan te gaan met den |
|
68271 |
staat der Nederlanden, behoudens bekrachtiging bij de Wet, |
|
68272 |
tot wijziging van de Statuten en vaststelling van bepalingen nopens de |
|
68273 |
exploitatie van Spoor- en Tramwegen, afwijkende van die der met den |
|
68274 |
Staat gesloten overeenkomst van 21 Januari 1890. Uit deze overeenkomst |
|
68275 |
tusschen S.S. en den Staat blijkt o.m. dat het op de aandeelen gestort |
|
68276 |
maatschappelijk kapitaal der Maatschappij gesteld is op veertig mil- |
|
68277 |
lioen gulden (vroeger 18 millioen). De Staat verbindt zich voor 88000 te |
|
68278 |
zijnen name gestelde aandeelen der Maatschappij aan deze op de wijze |
|
68279 |
als bij hare statuten omschreven f 250 per aandeel te betalen. Volgens |
|
68280 |
de overeenkomst tusschen H. IJ. S. M. en den Staat wordt het aan- |
|
68281 |
deelenkapitaal dier Maatschappij gesteld op vijftig millioen gulden (vroeger |
|
68282 |
22} millioen). De Staat verbindt zich voor 27500 te zijnen name gestelde |
|
68283 |
aandeelen der Maatschappij, f 1000 per aandeel te betalen. De bevoegd- |
|
68284 |
heid · der beide Maatschappijen tot opzegging der overeenkomst van 1890 |
|
68285 |
vervalt. Artikel 8 der overeenkomst, betrekking hebbend op de winst- |
|
68286 |
verdeeling, luidt als volgt: (1) In afwijking van het bepaalde bij het |
|
68287 |
eerste lid van artikel 33 der overeenkomst 1890 H. S. verblijft telken jare |
|
68288 |
het winstsaldo tot een bedrag van 5.026.315.8 pct. van het op de |
|
68289 |
aandeelen aan toonder gestort en niet terugbetaald maatschappelijk |
|
68290 |
kapitaal aan de Mij., ontvangt de Saat daarna een bedrag van één (1) |
|
68291 |
ten honderd van gezegd kapitaal en wordt hetgeen dan nog overblijft |
|
68292 |
in dier voege tusschen den Staat en de Mij. verdeeld, dat ieder van beide |
|
68293 |
partijen daarvan een gelijk aandeel verkrijgt, totdat het geheele aandeel |
|
68294 |
der Mij. bedraagt zes en een half (6.5) ten honderd van gemeld kapitaal, |
|
68295 |
als wanneer van hetgeen dan nog beschikbaar is vier vijfde gedeelten (4/5) |
|
68296 |
aan den Staat worden uitgekeerd en één vijfde gedeelte (1/5) aan de Mij. |
|
68297 |
verblijft. (2) Daarentegen betaalt de Staat aan de Mij. - zoo daarvoor |
|
68298 |
noodig met afwijking van het laatste lid van genoemd artikel 33 - het- |
|
68299 |
geen in eenig jaar blijkens de winst- en verliesrekening 'der Mpij. vereischt |
|
68300 |
mocht zijn om tot een winstsaldo van 5.026.315.8 pct. van het op de |
|
68301 |
aandeelen aan toonder gestort en niet terugbetaald maatschappelijk |
|
68302 |
kapitaal te komen. Deze betaling geschiedt binnen ééne maand, nadat de |
|
68303 |
jaarlijksche balans en winst- en verliesrekening op de daarvoor bij de |
|
68304 |
statuten der Mpij. bepaalde wijze zijn vastgesteld. (3) Hetgeen van het |
|
68305 |
winstsaldo aan de Mpij. verblijft, is bestemd tot uitkeering als dividend |
|
68306 |
aan de houders van aand. aan toonder en de oprichters der mpij. In art. |
|
68307 |
13 staat o.m .: Art. 8 vindt geen toepassing op het op 31 Dec. 1920 eindigende |