|
68578 |
SPOORWEGFONDSEN. 1707 |
|
68579 |
taalbaar à pari November d.a.v. Vervroegde aflossing voorbehouden. Uit- |
|
68580 |
staan'd bedrag: zie tabel „Specificatie Obligatieschuld". |
|
68581 |
Koersen 1915: 87-80; 1916: 923-81; 1917: 998-83; 1918: 904-85; |
|
68582 |
1919: 85-78; 1920: 79-69; 1921: 90-76; 1922: 852-81; 1923: 89-81. |
|
68583 |
1924: 878-76}; 1925: 96-862; 1926: 954-91}; 1927: 95-91}; 1928: 96-92g. |
|
68584 |
Mij. tot Expl. v. Staatsspoorwegen; 3} pcts. leeningen |
|
68585 |
van 1890, 1891 en 1893. Leening van 1890, f 6.000.000, |
|
68586 |
in 6 Seriën van f 1.000,000 ; uitgifte bij prospectus d.d. 13 Sept. 1890. Le e- |
|
68587 |
ning van 1891. Bedrag en seriën als voren; uitgifte op 12 September 1891. |
|
68588 |
Leening van 1893, groot f 15.000.000, waarvan uitgegeven f 4.000.000, |
|
68589 |
in 4 seriën van f 1.000.000; uitgifte op 19 Jan. 1893. De overige seriën |
|
68590 |
dezer leening bestaan uit 3 pcts obligatiën. Bij vorenstaande emissiën |
|
68591 |
hadden de houders van aandeelen en oprichtersaandeelen den voorrang. |
|
68592 |
De drie leeningen werden alle à 99 pct. geëmitteerd. Obligatiën groot |
|
68593 |
f 1.000 ; coupons 1 Januari en 1 Juli. De aflossing geschiedt binnen |
|
68594 |
60 jaren, bij uitloting in October van 3 pct. van de bedragen der leeningen |
|
68595 |
per jaar, vermeerderd met de door de aflossing vrijvallende rentebedragen, |
|
68596 |
ter uitbetaling à pari op 2 Januari d.a.v. Alles behoudens vervroegde af- |
|
68597 |
lossing, waartoe de Maatschappij te allen tijde gerechtigd is. Uitstaande |
|
68598 |
bedragen : zie vorenstaande tabel. |
|
68599 |
Koersen 1915: 844 782; 1916: 894 782; 1917: 87@ 82; 1918: 85-77; |
|
68600 |
1919: 792-70; 1920: 72-646; 1921: 80g-71}; 1922: 77}-71}; 1923: 819-69. |
|
68601 |
1924: 782-688; 1925: 90-78]; 1926: 911/1 .- 884; 1927: 914-86}; 1928: 92-89. |
|
68602 |
Mij. tot Expl. v. Staatsspoorwegen; 3} pcts. Leening |
|
68603 |
van 1898. Deze leening is uitgegeven in 5 seriën groot f 1.000.000, |
|
68604 |
waarvan de 3 laatste in 1900 (zie afzonderlijk hoofd). De seriën |
|
68605 |
1 en 2 werden uitgegeven op 1 en 12 Juli 1898 à 1002 pct. Aflos- |
|
68606 |
sing door uitloting in 60 jaren, telkens in October van { pct. der leening |
|
68607 |
plus vrijgevallen rente. De eerste uitloting vond plaats in 1899. Deze |
|
68608 |
obligatiën waren tot 12 Aug. 1924 dooreen leverbaar met de stukken van |
|
68609 |
1890/1893 (boven afzonderlijk vermeld) doch hebben sedert aparte noteering. |
|
68610 |
Koersen vóór 1924: zie hierboven. |
|
68611 |
Koersen 1924: 784-688; 1925: 96-77@; 1926: 91-88}; 1927: 90-868; 1928: 902-88. |
|
68612 |
Mij. tot Expl. v. Staatsspoorwegen; 3} pcts. leening |
|
68613 |
van 1900. Deze obligatiën vormen de seriën 3, 4 en 5 van de leening |
|
68614 |
van 1898 welke à 96} pct. werden uitgegeven op 18 April 1900, met voorrecht |
|
68615 |
van inschrijving voor aandeelhouders en oprichters. Obligatiën groot |
|
68616 |
f 1000 met coupons 1 April en 1 October; eveneens aflosbaar in 60 |
|
68617 |
jaar door jaarlijksche amortisatie van { pct., telkens vermeerderd met |
|
68618 |
de vrijgevallen rente uit de vroeger afgeloste bedragen. De uitlotingen |
|
68619 |
hebben plaats in October (de eerste in 1900) ter betaling à pari 1 April |
|
68620 |
d.a.v. Voor het uitstaande bedrag zie tabel „Specificatie Obligatie- |
|
68621 |
schuld". |
|
68622 |
Koersen 1915: E.K. 85; 1916: 883-79; 1917: 863-82}: 1918: 833-82; 1919: 79-69; |
|
68623 |
1920: 714-64; 1921: 781-72; 1922: 763-71}; 1923: 803-68]; 1924: 763-67; 1925: 913-768; |
|
68624 |
1926: 91-872; 1927: 894-862; 1928: 90-87. |
|
68625 |
Mij. tot Expl. van Staatsspoorwegen. 3} pcts. obli- |
|
68626 |
gatiën van 1905-1909. De leening van 1 Maart 1905 wordt ge- |
|
68627 |
vormd door de 9e-15e serie, elk groot f 1.000.000 der geldleening van |