|
65807 |
SPOORWEGFONDSEN. 1635 |
|
65808 |
in 1927 door aankoop van de lijnen Bilthoven-Zeist, Nunspeet-Hattumer- |
|
65809 |
broek en Wezep-de Zande van de Nederlandsche Buurtspoorweg Mpij. |
|
65810 |
Voor een specificatie van het aantal K.M. in beheer bij S.S. gedurende |
|
65811 |
de laatste zeven jaren zie men het tabelletje hieronder. Het aan- |
|
65812 |
tal K.M. in medegebruik was ulto 1921 146.361, is sedert niet |
|
65813 |
weder opgegeven doch vermoedelijk weinig veranderd. Omtrent het |
|
65814 |
Autobusbedrijf der S. S. en H. S. zie men elders onder H. S. |
|
65815 |
In 1920 werd een overeenkomst aangegaan met den staat |
|
65816 |
der Nederlanden, (welke in 1931, ten aanzien van de indirecte |
|
65817 |
dividend-garantie werd gewijzigd), tot wijziging van de Statuten |
|
65818 |
en vaststelling van bepalingen nopens de exploitatie van Spoor- |
|
65819 |
en Tramwegen, afwijkende van die der met den Staat gesloten |
|
65820 |
overeenkomst van 21 Januari 1890. Uit deze overeenkomst tus- |
|
65821 |
schen S. S. en den Staat blijkt o.m. dat het op de aandeelen gestort |
|
65822 |
maatschappelijk kapitaal der Maatschappij gesteld is op veertig mil- |
|
65823 |
lioen gulden (vroeger 18 millioen). De Staat verbindt zich voor 88000 te |
|
65824 |
zijnen name gestelde aandeelen der Maatschappij aan deze op de wijze |
|
65825 |
als bij hare statuten omschreven f 250 per aandeel te betalen. Volgens |
|
65826 |
de overeenkomst tusschen H. IJ. S. M. en den Staat wordt het aan- |
|
65827 |
deelenkapitaal dier Maatschappij gesteld op vijftig millioen gulden (vroeger |
|
65828 |
22} millioen). De Staat verbindt zich voor 27500 te zijnen name gestelde |
|
65829 |
aandeelen der Maatschappij, f 1000 per aandeel te betalen. De bevoegd- |
|
65830 |
heid der beide Maatschappijen tot opzegging der overeenkomst van 1890 |
|
65831 |
vervalt. Artikel 8 der overeenkomst, betrekking hebbend op de winst- |
|
65832 |
verdeeling, luidt na de wijziging van 1931 als volgt; (1). In afwijking van |
|
65833 |
het bepaalde bij het eerste lid van artikel 33 der overeenkomst 1890 H. S. |
|
65834 |
verblijft telken jare het winstsaldo tot een bedrag van 4 pct. van het op de |
|
65835 |
aandeelen aan toon'der gestort en niet terugbetaald maatschappelijk |
|
65836 |
kapitaal aan de Mpij., ontvangt de Staat daarna een bedrag van één (1) |
|
65837 |
ten honderd van gezegd kapitaal en wordt hetgeen dan nog overblijft |
|
65838 |
in dier voege tusschen den Staat en de Mij. verdeeld, dat ieder van beide |
|
65839 |
partijen daarvan een gelijk aandeel verkrijgt, totdat het geheele aandeel |
|
65840 |
der Mij. bedraagt zes en een half (6.5) ten honderd van gemeld kapitaal, |
|
65841 |
als wanneer van hetgeen dan nog beschikbaar is vier vijfde gedeelten (4/5) |
|
65842 |
aan den Staat worden uitgekeerd en één vijfde gedeelte (1/5) aan de Mij. |
|
65843 |
verblijft. (2) Daarentegen betaalt de Staat aan de Mij. - zoo daarvoor |
|
65844 |
noodig met afwijking van het laatste lid van genoemd artikel 33 - het- |
|
65845 |
geen in eenig jaar blijkens de winst- en verliesrekening der Mpij. vereischt |
|
65846 |
mocht zijn om tot een winstsaldo van 4 pct. van het op de |
|
65847 |
aandeelen aan toonder gestort en niet terugbetaald maatschappelijk |
|
65848 |
kapitaal te komen. Deze betaling geschiedt binnen ééne maand, nadat de |
|
65849 |
jaarlijksche balans en winst- en verliesrekening op de daarvoor bij de |
|
65850 |
statuten der Mpij. bepaalde wijze zijn vastgesteld. (3) Hetgeen van het |
|
65851 |
winstsaldo aan de Mpij. verblijft, is bestemd tot uitkeering als dividend |
|
65852 |
aan de houders van aand. aan toonder en de oprichters der mpij. In art. |
|
65853 |
13 staat o.m .: Art. 8 vindt geen toepassing op het op 31 Dec. 1920 eindigende |
|
65854 |
boekjaar der Mpij. De Mpij. verbindt zich over genoemd boekjaar voor uit- |
|
65855 |
keering aan aandeelhouders geen gelden te ontleenen aan de fondsen, |
|
65856 |
bedoeld in artikel 46 der overeenkomst 1890 H. S. De Raad van Com- |
|
65857 |
missarissen van beide Maatschappijen, thans bestaande uit ten minste |
|
65858 |
15 en ten hoogste 29 commissarissen zal voortaan bestaan uit 11 à 13 commis- |
|
65859 |
sarissen, waarvan er 6 à 7 worden benoemd en ontslagen door de Ministers |
|
65860 |
van Waterstaat en Financiën, die voor elk een plaatsvervanger kunnen |