|
40185 |
SCHEEPVAART-MAATSCHAPPIJEN. 1187 |
|
40186 |
Vordering Re- Nieuwe opzet. |
|
40187 |
1 Juni 1932 con- Re- Con- |
|
40188 |
Crediteuren incl. rente structie con- Rentedr. tante Amorti- Amorti- |
|
40189 |
en in ronde percen- structie le hyp. afbe- Aan- satie satie |
|
40190 |
aandeelhouders cijfers tage bedrag voorsch. taling deelen bew. A bew. B |
|
40191 |
f f f 1 f f 1 |
|
40192 |
Staat en Gem A'dam 6.393.000 35 % 2.240.000 2.240.000 4.160.000 |
|
40193 |
4 % 1e hyp. oblig.3) 5.232.000 35 % 1.823.000 260.000 1.569.540 |
|
40194 |
(excl. rente) (5 %) |
|
40195 |
Ned. Hyp. credit. 7.928.000 35 % 3.190.000 3.190.000 |
|
40196 |
£130.000 tot dagkoers 1.193.000 |
|
40197 |
Engelsche Hyp.cred. 1.458.000 35 % 510.000 510.000 |
|
40198 |
2e Hyp. Ink.oblig.3) 3.928.000 5 % 196.400 196.400 |
|
40199 |
Gew. en pref. aand.h. |
|
40200 |
nom.4) 9.312.800 1 % 93.128 93.128 |
|
40201 |
Kasvoorschot Staat |
|
40202 |
en A'dam 2e halfj. |
|
40203 |
1932 666.0001) |
|
40204 |
Nieuw te fournee- |
|
40205 |
ren gelden 3.500.0002) |
|
40206 |
Onaangetaste 7 pct. |
|
40207 |
en 42 procent |
|
40208 |
oblig. 1921 en 1908 772.000 100 % 772.000 772.000 |
|
40209 |
(excl. rente) (geen hyp.) |
|
40210 |
36.204.000 8.824.528 4.938.000 260.000 5.559.068 2.240.000 4.160.000 |
|
40211 |
1) Dit is het bedrag dat samen door het Rijk en Amsterdam zou zijn voorgescho- |
|
40212 |
ten indien niet de Kasvoorschottenregeling van 1931 en 1932 (zie jrg. 1932) ware op- |
|
40213 |
gezegd per 3 Juni 1932. Het bedrag wordt thans uitsluitend door het Rijk, onder |
|
40214 |
le hyp. verband verstrekt via de Mpij. ter Behartiging van Scheepvaartbelangen, |
|
40215 |
welke verder ten hoogste het met 2) gemerkte bedrag ad f 3.500.000 zal verstrekken. |
|
40216 |
De gemeente Amsterdam verleent thans steun door het verleenen van faciliteiten |
|
40217 |
bij de betaling van huur voor loodsen en terreinen. 3) Elke 4 pct. 1e hyp. obli- |
|
40218 |
gatie van 1924 groot f 350 incl. cps. 1 Oct. 1932 e. v., was van 16 Jan. 1933 af op grond |
|
40219 |
van bovenstaand schema bij de Centrale Trust Cie verwisselbaar tegen nom. f 105 |
|
40220 |
tegen nom. f 12.50 aandeelen. De genoemde obligatiën vervielen 1 Febr. 1933 uit de |
|
40221 |
aandeelen én f 19.83 contanten en elke 2e hyp. ink. obligatie van 1924 groot f 250 |
|
40222 |
tegen nom. fl. 12.50 aandeelen. De genoemde obligatiën vervielen 1 Febr. 1933 uit de |
|
40223 |
noteering. 4) Dit waren de oude in 1924 op 10 pct. teruggebrachte gewone aan- |
|
40224 |
deelen en de in 1924 ontstane pref. aandeelen A en B, welke van 17 Jan. 1933 bij |
|
40225 |
de Centrale Trust Cie. op 1 pct. werden afgestempeld en op 1 Febr. d.a.v. uit de |
|
40226 |
noteering vervielen. Afgestempelde aandeelen zijn verwisselbaar in genoteerde aan- |
|
40227 |
deelen van f 100 en f 1000. De certificaten van aandeelen groot f 10 vervielen 2 Febr. |
|
40228 |
1933 uit de noteering; deze administratie werd 1 Sept. 1933 door de Nedamtrust |
|
40229 |
opgeheven. |
|
40230 |
De steunverleening van het Rijk geschiedt na 1932 via de 27 Sept. 1932 opgerichte |
|
40231 |
N.V. Mpij. ter Behartiging van de Nationale Scheepvaart- |
|
40232 |
belangen te 's Gravenhage, zie onder de „,Benas" aan het hoofd dezer rubriek. |
|
40233 |
Minister Steenberghe deelde in Nov. 1934 in de 2e Kamer mede, dat de mpij. het |
|
40234 |
passagiersvervoer in den steek zal moeten laten en met steun van de Regeering |
|
40235 |
het vrachtverkeer verder exploiteeren. |
|
40236 |
Behalve de nieuwe aandeelen A en B hebben nog noteering |
|
40237 |
de 41 pct. obligatiën 1908 en 1909, groot f 1000 met coupons per |
|
40238 |
1 Januari en 1 Juli. Deze stukken welke bij de reorganisatie van 1924 niet |
|
40239 |
tegen nieuwe waarden werden verwisseld, bleven ook bij de reorganisatie |
|
40240 |
1932 onaangetast. Het is een restant van de leeningen 1908, 1909 en 1912, |
|
40241 |
oorspronkelijk groot resp. f 2.000.000, f 2.500.000 en f 6.500.000. Van de laatst- |
|
40242 |
genoemde werd in 1913 f 4.500.000 geconverteerd in aandeelen. De eerste |
|
40243 |
is aflosbaar in 25 jaren vanaf 1915, de tweede in 28 jaren vanaf 1917 en de |
|
40244 |
derde in 28 jaren vanaf 1916. Deze derde leening was, mede door conversie |
|
40245 |
vervroegd gedelgd en verviel 4 Febr. 1932 uit de noteering. De 7 pct. |
|
40246 |
obligatiën 1921, groot f 1000 met coupons 1 April en 1 Oct., |
|
40247 |
welke eerst 24 Febr. 1928 officieele noteering verkregen, zijn voorzoover |
|
40248 |
niet bij de reorganisatie 1924 tegen nieuwe waarden verwisseld, ook bij de |
|
40249 |
reorganisatie 1932 onaangetast gebleven. De leening welke groot was |
|
40250 |
f 20.000.000 vond slechts voor f 12.000.000 plaatsing. De obligatiën |
|
40251 |
zijn losbaar door uitloting in 25 jaar te beginnen 1926. Trekking |
|
40252 |
Febr ter uitbetaling 1 April. De obligatiën waren tot ulto 1925 converteer- |