|
66901 |
SPOORWEGFONDSEN. 1613 |
|
66902 |
MplJ. tot Exploit. van Staatsspoorwegen. 4 pcts. |
|
66903 |
obligatiën van 1903 en van 1907. De leening van 1903 |
|
66904 |
wordt gevormd door de seriën 1-8 ad f 1.000.000 elk der leening groot |
|
66905 |
f 15.000.000, uitgegeven 1 April 1903 à 101 pct. (De resteerende f 7.000.000 |
|
66906 |
dezer leening, werden d.d. 1 Maart 1905 als 3} pets. oblig. uitgegeven.) De |
|
66907 |
leening van 1 April 1907 wordt gevormd door de seriën 7-15 (de seriën 1-6 |
|
66908 |
zijn in 1906 als 3} pets. obligatiën uitgegeven), der leening van f 15.000.000 |
|
66909 |
tot welker uitgifte de op 21 Juni 1905 gehouden vergadering van aan- |
|
66910 |
deelhouders besloot. De inschrijving op deze f 9.000.000 was op 13 Maart |
|
66911 |
1907 tot den koers van 1001 pct. opengesteld. Obligatiën groot f 1000 |
|
66912 |
met coupons 1 April en 1 October. Aflossing à pari in 60 jaar |
|
66913 |
door jaarlijksche uitlotingen in October, ter betaling op 1 April d.a.v. Jaar- |
|
66914 |
lijksche aflossing der obligatiën 1903 voor het eerst in 1904 ad f 34.000 |
|
66915 |
en der obligatiën 1907 voor het eerst in 1908 ad f 38.000, vermeerderd met |
|
66916 |
de vrijgevallen rente uit de vroeger afgeloste bedragen. De Maatschappij |
|
66917 |
behoudt zich het recht voor alle of een deel der nog uitstaande obligatiën |
|
66918 |
te allen tijde à pari af te lossen. Voor de uitstaande bedragen zie men |
|
66919 |
de tabel „Specificatie Obligatieschuld". |
|
66920 |
Conversie. Bij aanneming der desbetreffende Wet kunnen f 1000 van boven- |
|
66921 |
staande obligatiën worden verwisseld in f 1.080 3 pct. belastingvrije Staatsobliga- |
|
66922 |
tiën, zie bij „Reorganisatie” onder de balans der H. S. hiervoor. |
|
66923 |
Koersen 1915: 94%-872; 1920: 76}-65; 1925: 942-81}; 1926: 962-93; 1927: 943-91}; |
|
66924 |
1928: 952-93; 1929: 95}-901/1 .; 1930: 993-92@; 1931: 1022-78; 1932. 984-85. |
|
66925 |
1933: 982-85}; 1934: 101@-95}; 1935: 1003-78. |
|
66926 |
MIJ. tot Expl. v. Staatsspoorwegen. 4 pct. leening |
|
66927 |
van 1923, groot f 3.843.600 en verdeeld in 3203 obligatiën groot f 1200. |
|
66928 |
De leening is evenals de 43 pct. leening 1923 ontstaan door omwisseling |
|
66929 |
stuk voor stuk van obligatiën tegen certificaten 4} pct. eerste hypotheek |
|
66930 |
N. B. D. S., welke omwisseling voorzoover geschied in 4 pct. obligatiën |
|
66931 |
S. S., kosteloos plaats vond tusschen 15 Maart en 15 Mei 1923 (zie ook |
|
66932 |
onder 4} pct. obligatiën 1923). De 4 pct. obligatiën zijn groot |
|
66933 |
f 1200 met coupons per 1 Mei en 1 Nov. Aflossing: elk jaar te |
|
66934 |
beginnen 1 Mei 1923 zal 0.42 pct. van het uitgegeven bedrag, vermeerderd |
|
66935 |
met door aflossing vrijgevallen rente worden afgelost, zoodat de geheele |
|
66936 |
leening binnen 60 jaren is gedelgd. Versterkte of geheele aflossing voor- |
|
66937 |
behouden. Loting in Januari (eerste maal 1924). Bij naasting door den |
|
66938 |
Staat is deze bevoegd zich in de plaats der S.S. te stellen. Blijkens het no- |
|
66939 |
teeringsbericht werden 3203 certificaten tegen 4 pct. obligatiën verwisseld. |
|
66940 |
De noteering der 4 pcts. stukken werd 12 Sept. 1923 verkregen. Men zie |
|
66941 |
het prospectus in deel II 1923, pag. 59 der prospectussen. Uitstaand bedrag : |
|
66942 |
zie tabel. |
|
66943 |
Conversie. Bij aanneming der desbetreffende Wet kunnen f 1000 van boven- |
|
66944 |
staande obligatiën worden verwisseld in f 1.080 3 pct. belastingvrije Staatsobliga- |
|
66945 |
tiën, zie bij „Reorganisatie“ onder de balans der H. S. hiervoor. |
|
66946 |
Koersen 1923: 772-72; 1924: 81}-66; 1925: 932-80}; 1926: 97-91]; 1927: 944-90%; |
|
66947 |
1928: 95-92; 1929: 944-89; 1930: 1004-92; 1931: 1035/1 .- 79; 1932: 9615/1 .- 82. |
|
66948 |
1933: 978-85; 1934: 100g-943; 1935: 1004-78. |
|
66949 |
Mpij. tot Expl. van Staatsspoorwegen. 4 pct. leening |
|
66950 |
van 1931, groot f 10.000.000, aangegaan krachtens machtiging van de |
|
66951 |
A. V. van 7 Febr. 1925, verdeeld in 10.000 obligatiën groot f 1000, met |
|
66952 |
coupons 1 Jan. en 1 Juli. Aflossing in uiterlijk 60 jaren en wel |
|
66953 |
op 1 Jan. 1932 f 42.000 en verder op 1 Jan. van elk der volgende 59 jaren |