|
66954 |
1614 SPOORWEGFONDSEN. |
|
66955 |
een som als in het vorige jaar afgelost, plus vrijgevallen rente. Uitloting |
|
66956 |
telkens uiterlijk een maand te voren. Geheele of gedeeltelijke extra aflos- |
|
66957 |
sing voorbehouden. Recht van substitutie door den Staat bij naasting. Op |
|
66958 |
18 Dec. 1930 stond de inschrijving op deze leening à 98 pct. open bij van |
|
66959 |
Loon & Co., A'dam. Voorkeur voor houders van aandeelen (f 3750 aand. |
|
66960 |
op f 1000 oblig., no. 67) en van oprichtersbewijzen (1 bewijs op f 10.000 |
|
66961 |
obl., no. 45). De storting op de obligatiën moest 6 Januari 1931 geschieden. |
|
66962 |
Uitstaand bedrag : zie tabel. |
|
66963 |
Conversie. Bij aanneming der desbetreffende Wet kunnen f 1000 van boven- |
|
66964 |
staande obligatiën worden verwisseld in f 1.080 3 pct. belastingvrije Staatsobliga- |
|
66965 |
tiën, zie bij „Reorganisatie” onder de balans der H. S. hiervoor. |
|
66966 |
Koersen 1931: 103-78}; 1932: 983-81}; 1933: 984-83}; 1934: 101-95; 1935: 1004-78. |
|
66967 |
Mpij. tot Expl. van Staatsspoorwegen. 4 pct. 20 leo- |
|
66968 |
ning van 1931, groot f 20.978.000, aangegaan krachtens machtiging van |
|
66969 |
de A. V. van 25 April 1931 in obligatiën groot f 1000, met co u- |
|
66970 |
pons per 2 Jan. en 1 Juli. Af los ba ar à 105 pct. te allen tijde g e h e e 1 |
|
66971 |
of gedeeltelijk met 1 mnd. opzegging. Gedeeltelijke aflossing geschiedt |
|
66972 |
door uitloting. Recht van substitutie door den Staat bij naasting. Houders |
|
66973 |
van aandeelen aan toonder groot f 1000 (inclusief dividendbewijzen no. 22 |
|
66974 |
e.v. en talon) der H. IJ. S. M. konden van 27 April t/m. 30 Juni 1931 bij |
|
66975 |
de A. C. elk aandeel omwisselen tegen één dezer 4 pct. obligatiën van f 1000 |
|
66976 |
der S.S., rentedragende van 1 Jan. 1931 af, plus f 100 in geld. Officieele |
|
66977 |
noteering sedert 16 Oct. 1931. Prospectus in deel I 1932. |
|
66978 |
Conversie. Bij aanneming der desbetreffende Wet kunnen / 1000 van boven- |
|
66979 |
staande obligatiën worden verwisseld in § 1.080 3 pct. belastingvrije Staatsobliga- |
|
66980 |
tiën, zie bij „Reorganisatie” onder de balans der H. S. hiervoor. |
|
66981 |
Koersen 1931: 1023-77; 1932: 962-78; 1933: 972-81; 1934: 1002-91}; 1935: 101-75%. |
|
66982 |
MIJ. t. Expl. v. Staatsspoorwegen; 3} pct. leening van |
|
66983 |
1887, groot f 17.239.000, waarvan de eerste uitgifte van 5 seriën elk à |
|
66984 |
f 1.000.000 plaats vond in October 1887 ter conversie der 5 pct. leening van |
|
66985 |
1873, en de tweede uitgifte van 12 seriën, elk à f 1.000.000 en eene serie à |
|
66986 |
f 239.000 in Januari 1888 geschiedde ter conversie van alle toenmaals be- |
|
66987 |
staande 4 pcts. leeningen. Koers van uitgifte telkens 97 pct. Houders van |
|
66988 |
aflosbaar gestelde obligatiën hadden bij de inschrijving den voorrang, daar- |
|
66989 |
na de houders van aandeelen en van bewijzen van oprichtersrechten. Obli- |
|
66990 |
gatiën, groot f 1000; coupons 1 Mei en 1 November. Aflos- |
|
66991 |
sing, aangevangen in 1888 bij jaarlijksche uitloting in October van 0.7 pct. |
|
66992 |
van het bedrag der leening, vermeerderd met de vrijgevallen rente, be- |
|
66993 |
taalbaar à pari November d.a.v. Vervroegde aflossing voorbehouden. Uit- |
|
66994 |
staand bedrag : zie tabel „Specificatie Obligatieschuld". |
|
66995 |
Conversie. Bij aanneming der desbetreffende Wet kunnen f 1000 van boven- |
|
66996 |
staande obligatiën worden verwisseld in f 1.065 3 pct. belastingvrije Staatsobliga- |
|
66997 |
tiën, zie bij „Reorganisatie” onder de balans der H. S. hiervoor. |
|
66998 |
Koersen 1915: 87-80; 1920: 79-69; 1925; 96-86%; 1926: 952-91}; 1927: 95-91}; 1928: 96-928; |
|
66999 |
1929: 96-923; 1930: 99-94'/ ..; 1931: 99%-892; 1932: 98-90}; 1933: 99-912. |
|
67000 |
1934: 1001-972; 1935: 993-93. |
|
67001 |
Mij. tot Expl. van Staatsspoorwegen. 3} pct. obliga- |
|
67002 |
tiën 1890 eener leening groot f 6.000.000 in coupures van f 1000, |
|
67003 |
met coupons per 1 Jan. en 1 Juli. Aflossing door jaarlijksche uit- |
|
67004 |
loting à pari van minstens 4 pct. der leening in Oct. ter uitbetaling op |