|
24969 |
858 MIJNBOUW-MAATSCHAPPIJEN |
|
24970 |
alles wat daartoe volgens besluit eener algemeene vergadering van aandeelhou- |
|
24971 |
ders behoort. |
|
24972 |
De vennootschap heeft den eigendom verkregen van zeer belangrijke steenkolen- |
|
24973 |
concessies en terreinen, gelegen in Duitschland in de onmiddellijke nabijheid |
|
24974 |
der Nederlandsche grens en bekend onder de namen van Rheinbohr-, Tamen- |
|
24975 |
en Honigmann-velden. De concessies der mpij. worden gehouden door dochter- |
|
24976 |
mpijen, waarvan de voornaamste zijn de Gewerkschaft „Sophia-Jacoba“ te |
|
24977 |
Hückelhoven met de daaromheen liggende nog niet in exploitatie genomen mijn- |
|
24978 |
velden, en de N.V. „Mijnbouw“ te 's-Gravenhage een schachtbouwonderneming |
|
24979 |
met haar verwante Duitsche onderneming, de Westrheinische Tiefbohr- und Schacht- |
|
24980 |
bau Ges. te Düsseldorf. Genoemde Gewerkschaft bezat ulto Maart 1930, 236.18.37 |
|
24981 |
H.A. gronden, 948 arbeiders- en 69 beambtenwoningen. In 1933 werd opgericht |
|
24982 |
de N.V. Mij. tot Exploitatie van Octrooien „Barywa“, welke het wasscherij- |
|
24983 |
procédé „de Vooys" met toenemend succes exploiteert. Verder heeft de Neder- |
|
24984 |
landsche Maatschappij t.o.v. Steenkolenvelden nog belang bij kolenhandelver- |
|
24985 |
eenigingen, bij een inkoop vereeniging van grondstoffen etc. In 1933 sloot de |
|
24986 |
maatschappij zich voor den tijd van 8 jaren aan bij het Rheinisch-Westfälische |
|
24987 |
Kohlen-Syndicaat. In 1936 werd met de Staatsmijnen in Limburg een overeen- |
|
24988 |
komst aangegaan. |
|
24989 |
Kapitaal: f 20.060.000, verdeeld in 60 pref. aandeelen van f 1000 op naam (uit- |
|
24990 |
gegeven tot wering van vreemde invloeden) en 2000 gew. aand. van f 10.000 aan |
|
24991 |
toonder, splitsbaar in onderaand. van f 500, waarvan geplaatst resp. f 48.000 en |
|
24992 |
f 10.000.000. Voor den inbreng werden f 7.000.000 gew. aand. afgegeven, terwijl |
|
24993 |
f 5.000.000 onderhands plaatsing vonden, in boekjaar 1919/20 f 1.700.000, in |
|
24994 |
boekjaar 1920/21 f 3.000.000 en in boekjaar 1922/23 f 600.000 door de aandeel- |
|
24995 |
houders werden genomen. Van de sedert geplaatste f 17.300.000 aandeelen werden |
|
24996 |
er in 1929, ingevolge overeenkomst tusschen schuldeischers en aandeelhouders, |
|
24997 |
f 7.178.500 afgegeven ter betaling der schulden tot dat bedrag, terwijl aandeel- |
|
24998 |
houders bovendien f 7.300.000 aandeelen ter beschikking der vennootschap stel- |
|
24999 |
den, zoodat sedert f 10.000.000 gewone aandeelen uitstaan. De offers van aan- |
|
25000 |
deelhouders stelden de mpij. in staat alle tot 1 Nov. 1929 geleden verliezen af te |
|
25001 |
schrijven. |
|
25002 |
Winstverdeeling: eerst 6 pct. aan preferente aandeelhouders; daarna 6 pct. aan |
|
25003 |
gewone aandeelhouders over hun aandeelen, beide cumulatief vanaf 1 April 1920. |
|
25004 |
Van de rest: 10 pct. aan de directie en 5 pct. aan commissarissen. Van het meer- |
|
25005 |
dere ¿ aan den Staat en { aan de vennootschap, totdat deze laatste uit dit deel |
|
25006 |
der winst 4 pct. over de geplaatste aandeelen heeft ontvangen. Van het dan over- |
|
25007 |
blijvende & aan den Staat en { aan de vennootschap. De in de laatste 2 zinnen |
|
25008 |
genoemde twee deelen voor de vennootschap komen ter beschikking van de alg. |
|
25009 |
verg. ten behoeve van de gewone aandeelhouders. |
|
25010 |
Dividend gewone aandeelen: t/m 1936/37: nihil; preferente aandeelen t/m. 1932/33: |
|
25011 |
nihil; 1933/34: 84 pct .; 1934/35 - 1936/37: telkens 6 pct. |
|
25012 |
Ter gedeeltelijke betaling van de mijnbelangen, zoowel als ter bestrijding der |
|
25013 |
sommen, benoodigd voor de voorloopige ontginning der terreinen, werd een 6 p c t. |
|
25014 |
eerste hypothecaire obligatieleening gecreëerd, groot |
|
25015 |
f 10.000.000, waarvan f 6.000.000 onderhands plaatsing vonden en f 4.000.000 |
|
25016 |
bij publieke emissie werden uitgegeven in stukken groot f 1000, met coupons |
|
25017 |
per 1 Febr. en 1 Aug. Aflossing à pari moest volgens de oorspronkelijke voor- |
|
25018 |
waarden der leening geschieden in 1922 t.e.m. 1941. Tot en met 1924 werd f 865.000 |
|
25019 |
afgelost, waarna de uitloting eerst 5, en daarna weder 5 jaar werd opgeschort. |
|
25020 |
Volgens het laatste opschortingsbesluit, d.d. 25 November 1929 genomen, zal |