|
36779 |
1058 SCHEEPVAART-MAATSCHAPPIJEN |
|
36780 |
geschiedde als volgt: De eerste serie werd 19 Sept. 1888 bij inschrijving à pari |
|
36781 |
geplaatst. De 2e serie werd gecreëerd in Sept. 1888, terwijl f 2.000.000 obligatiën |
|
36782 |
werden uitgegeven, welke in volgende jaren à pari in de aandeelen der 2e serie |
|
36783 |
werden geconverteerd. De 3e serie werd 18 Juli 1899 bij inschrijving à 150 pct. |
|
36784 |
geplaatst (voorkeur 6 : 1). De 4e serie werd 17 Jan. 1901 à 140 pct. geplaatst |
|
36785 |
(voorkeur 7 : 1). Op de 5e en 6e serie stond 22 April 1902 ten kantore der venn. de |
|
36786 |
inschrijving open à 136 pct. incl. div. 1902 (voorkeur 4 : 1, no. 12). De 7e tot en met |
|
36787 |
de 26e serie gingen over aan de Ned. Scheepvaart Unie (in totaal f 20.000.000), |
|
36788 |
welk bedrag door verwisseling in 1909/29 nog met f 1.922.000 steeg, zoodat de |
|
36789 |
Unie thans f 21.922.000 aandeelen K. P. M. houdt. (zie ook elders de N.S.U.), de |
|
36790 |
K.P.M. heeft voor f 1.300.000 deelgenomen in het kapitaal van f 25.000.000 der |
|
36791 |
Vereen. Ned. Scheepvaart Mpij. In 1928 nam de K.P.M. f 500.000 aandeelen |
|
36792 |
met 25 pct. storting der Nederlandsch-Indische Luchtvaart Maatschappij. Er zijn |
|
36793 |
1600 bewijzen van winstaandeelen uitgegeven. |
|
36794 |
Winstverdeeling:1) na gratificaties, uitkeeringen aan en ten behoeve van het |
|
36795 |
personeel en na afschrijvingen en reserveeringen, eerst 6 pct. dividend aan de |
|
36796 |
aandeelhouders en van het overblijvende 10 pct. aan het reservefonds, totdat |
|
36797 |
en zoolang dit 10 pct. van het geplaatst kapitaal bedraagt; van het restant |
|
36798 |
12} pct. aan den raad van bestuur en de directie in Nederland tezamen, 5 pct. |
|
36799 |
aan den pres. directeur in Ned. Indië, 2} pct. aan elken directeur in Ned. Indië, |
|
36800 |
20 pct. aan de houders van bewijzen van winstaandeel en het restant aan de |
|
36801 |
aandeelhouders. |
|
36802 |
Dividenden 1891-1920: 0, 2, 7, 9, 73, 10, 9, 94, 83, 10, 10, 8, 7, 7, 9, |
|
36803 |
93, 84, 8}, 6, 10, 9, 9, 9, 5, 10, 12, 15, 17, 14 en 8 pct .; 1921-1930: |
|
36804 |
2}, 7, 8, 10, 12, 13, 14, 14, 14 en 9 pct .; 1931-1935: nihil; 1936-1938: 6, 9 en |
|
36805 |
8 pct. (no. 45, 10 Juni 1939 bij de K.V.). Div.bewijzen no. 8, 10 en 12 waren |
|
36806 |
claims bij emissie van aandeelen. Uitkeering op 1600 bewijzen van winstaandeelen |
|
36807 |
1893-1920, in guldens: f 13,60, f 40,90, f 20,50, f 54,50, f 40,90, f 51,15, f 39,80, |
|
36808 |
f 63,60, f 72,75, f 45,45, f 22,75, f 22,70, f 68,20, f 79,55, f 56,80, f 62,50, |
|
36809 |
0, f 109,10, f 95,45, f 109,10, f 109,10, f 0, f 172,70, f 259,10, f 388,65, |
|
36810 |
f 503,35, f 360,30 en f 90,90; 1921-1930: 0, f 68,20, f 170,45, f 272,70, f 409,10, |
|
36811 |
f 477,30, f 545,45, f 545,45, f 545,45 en f 204,55; 1931-1936: nihil; 1937 |
|
36812 |
en 1938: f 204,55 en f 142,85 (no. 37). |
|
36813 |
Raad van Bestuur: B. E. Ruys, Dr. C. J. K. van Aalst, H. Cremer, M. C. Ko- |
|
36814 |
ning, G. P. J. Caspersz, N. van Zalinge, Mr. H. C. Hintzen, Mr. D. Crena de Iongh, |
|
36815 |
Mr. D. A. Delprat en J. D. Brand. Regeeringscommissaris: A. F. Gooszen, Bloe- |
|
36816 |
mendaal. Directeuren in Nederland: C. ter Poorten en J. W. B. Everts. Directie |
|
36817 |
in Ned .- Indië: A. J. Pronk, Pres .- directeur, R. Pronk, A. F. Vas Dias, D. H. de |
|
36818 |
Jong en H. B. ter Braake, directeuren. |
|
36819 |
Adres: Amsterdam, Scheepvaarthuis, Prins Hendrikkade 108. |
|
36820 |
Koersen aandeelen 1891: 114-100; 1895: 158-1464; 1900: 171-147₴; 1905: 165-153; 1910: 1611-145; |
|
36821 |
1915: 149-132; 1920: 265-135; 1925: 205-142; 1930: 2314-151; 1931: 167}-98; 1932: 1182-734; |
|
36822 |
1933: 110-64; 1934: 90-61; 1935: 98-634; 1936: 160-82; 1937: 2181-155; 1938: 179-151. |
|
36823 |
1) Aan de door aandeelhouders op 17 Juni 1938 goedgekeurde statutenwijziging, waarbij o.m. de tan- |
|
36824 |
tièmes voor de Directie uit de exploitatiewinst zou worden betaald i.p.v. uit de overwinst, werd de |
|
36825 |
verklaring van geen bezwaar door den Minister van Justitie onthouden. Op 9 Juni 1939 werd besloten |
|
36826 |
geen nieuwe voorstellen tot statutenwijziging aanhangig te maken zoodat de oude winstverdeeling ge- |
|
36827 |
handhaafd blijft. |