|
25180 |
MIJNBOUW-MAATSCHAPPIJEN 851 |
|
25181 |
obligatiën. Loting telkens in November te voren. Op 1 Aug. 1935 werd nom. |
|
25182 |
f 1.000.000 extra afgelost; op 1 Sept. 1936, 1 Jan. 1938 en 1 Maart 1939 werden |
|
25183 |
resp. f 500.000, f 1.000.000 en f 900.000 afgelost, vertegenwoordigende de verplich- |
|
25184 |
te aflossingen van 1938 t/m 1942 en f 226.000 van 1943. Hierna staan nog f 4.704.000 |
|
25185 |
obligatiën uit. Ter gelegenheid van het eerste uitstel, op 10 Oct. 1924 verleend, ver- |
|
25186 |
plichtte de mpij. zich tot - en zorgde voor - omzetting der op de bezittingen der |
|
25187 |
mpij. rustende hypotheek in Marken tot een in Guldens en wel tot het volle bedrag |
|
25188 |
van f 10.000.000. Recht tot algeheele aflossing of versterking van de in het |
|
25189 |
aflossingsplan aangegeven jaarlijks ter aflossing bestemde bedragen voor- |
|
25190 |
behouden met een opzeggingstermijn van ten minste drie maanden. De |
|
25191 |
mpij. mag ter beurze of elders inkoopen. De ingekochte bedragen kunnen |
|
25192 |
in mindering worden gebracht van de verplichte aflossingstermijn waarvoor de |
|
25193 |
ingekochte stukken bij den Trustee ter vernietiging zijn ingeleverd. Ten behoeve |
|
25194 |
van obligatiehouders hebben de betrokken Gewerkschaften eene eerste hypotheek |
|
25195 |
in het Grundbuch doen inschrijven op 15 maximaal-velden van de Rheinische |
|
25196 |
Bohrgesellschaft, 34 van de Deutsch-Oesterreichsche Bergwerksgesellschaft en |
|
25197 |
29 van de familie Honigmann. De hypotheekrechten dezer acte hebben niet |
|
25198 |
alleen betrekking op de terreinen met hun kolenrijkdom, reeds bestaande schach- |
|
25199 |
ten en machinerieën, doch ook op de nog te bouwen schachten en de nog op de |
|
25200 |
terreinen bij verdere ontginning nieuw op te stellen machinerieën. |
|
25201 |
Trustee: het Nederlandsch Administratie- en Trustkantoor te Amsterdam. |
|
25202 |
Op 26 April 1917 stond bij de R.B.V. de inschrijving à pari open op f 4.000.000 |
|
25203 |
obligatiën, welke op 21 November 1918 in de officieele noteering te Amsterdam |
|
25204 |
werden opgenomen. Prospectus in deel I, 1917/18. |
|
25205 |
Regeeringscommissaris: Mr. Dr. T. J. Verschuur te Voorburg. Commissarissen: |
|
25206 |
Dr. F. H. Fentener van Vlissingen, voorzitter en J. W. van Beuningen, |
|
25207 |
secretaris te Utrecht, D. G. van Beuningen en A. Gips, te R'dam, J. F. van |
|
25208 |
Hengel te A'dam, Mr. H. van Manen te Utrecht en B. E. Ruys te Rotterdam. |
|
25209 |
Directie: Prof. Ir. Is. P. de Vooys en J. M. Honig. |
|
25210 |
Adres: Arnhem, Ernst Casimirlaan 5. |
|
25211 |
Koersen 1917: 10118/16-100; 1920: 831-60; 1925: 792-591; 1930: 814-75; 1931: 90-70; 1932: 84-65; |
|
25212 |
1933: 91{-79; 1934: 994-80}; 1935: 101-90; 1936: 1034-97; 1937: 1061-102; 1938: 1052-97. |
|
25213 |
Voornaamste bepalingen uit de overeenkomst (1920/21) tusschen |
|
25214 |
Nederland en de Duitsche regeering inzake de mijnvelden der „Ned. Mij. tot ontg. |
|
25215 |
van steenkolenvelden, welke gelegen zijn bij de grens van Limburg. De Duitsche regeering verklaart |
|
25216 |
zich bereid toe te staan dat deze velden worden ontgonnen door het delven van mijnschachten, die |
|
25217 |
zoowel op Nederl. als op Duitsch grondgebied kunnen liggen. Duitschland staat toe, zonder daaraan |
|
25218 |
voorwaarden te verbinden, dat met het oog op de natuurlijke verhoudingen ten aanzien van de gren- |
|
25219 |
zen en den afzet der kolen, 50 pct. van de opbrengst der mijnschachten, gelegen op Duitsch grensgebied, |
|
25220 |
van 1 April 1920-31 Maart 1954 rechtstreeks naar Nederland wordt uitgevoerd in hoeveelheden, die |
|
25221 |
1} millioen ton per jaar niet te boven mogen gaan. Ten aanzien van heffingen of rechten op den uit- |
|
25222 |
voer wordt overeengekomen, dat deze heffingen tot 31 Dec. 1923 niet meer mogen beloopen dan de |
|
25223 |
helft van het verschil tusschen den Duitschen prijs in het binnenland en den prijs voor uitvoer naar |
|
25224 |
Nederland en dat zij niet hooger mogen zijn dan die op de kolen uit de mijnen van het „Reinisch-West- |
|
25225 |
falisches Kohlensyndikat". Van de 1 Jan. 1924-31 Maart 1954 is het gedeelte van 50 pct., van de |
|
25226 |
opbrengst, waarvoor de uitvoer rechtstreeks naar Nederland is toegestaan, vrij van heffingen en uitvoer- |
|
25227 |
rechten. Duitsche binnenlandsche heffingen, zooals belasting op steenkool enz. worden voldaan over- |
|
25228 |
eenkomstig de bepalingen, die alsdan van toepassing zullen zijn. |
|
25229 |
Hieronder volgt de voornaamste bepaling uit de overeenkomst der Maat- |
|
25230 |
schappij met den Staat der Nederlanden. De Vennootschap verbindt zich, indien en |
|
25231 |
voor zoover de Minister van Landbouw, Nijverheid en Handel dit verlangt, de steenkolen, steenkolen- |
|
25232 |
briketten en cokes, welke zij uit de hierboven bedoelde steenkolenvelden verkrijgt, en mag uitvoeren, |
|
25233 |
naar Nederland te voeren en op de Nederlandsche markt te verkoopen op straffe van een boete van |
|
25234 |
f 10 voor elke ton ten aanzien waarvan overtreding geschiedt. |