Page 1189 in yearbook 1922

Page 1189 in yearbook 1922

Page Block

Scanned page

Yearbook Vol. Seq P.no Type Size File
1922 vanoss_1922_domestic 1189 1133 content 1762 × 2450 1922/36738

Blocks on this page 0

No blocks have been marked on this page.

Page content 78

The raw OCR output of this page, line by line.
34070 PETROLEUM-MAATSCHAPPIJEN. 1133
34071 lak uit de goedgekeurde stukken in verband met het jaarverslag niet blijkt,
34072 integendeel juist de bedoelde post in de balans in verband met de gedane mede-
34073 deeling in het jaarverslag dienaangaande eene misleidende werking had.
34074 Voorzoover de beslissing der Rechtbank niet geheel juist is weergegeven, missen
34075 de middelen dus eigenlijk feitelijken grondslag.
34076 Overgaande nu tot de behandeling der middelen zij allereerst nagegaan, welk
34077 is het karakter der beslissing waartegen het eerste middel opkomt.
34078 De Rechtbank heeft het beroep van partij Deen op ontslag van zijne aanspra-
34079 kelijkheid, tengevolge van de goedkeuring van de balans en winst- en verlies-
34080 rekening over 1909 door de algemeene vergadering van aandeelhouders der Perlak
34081 Petroleum-Maatschappij, afgewezen. Zij overwoog dienaangaande „dat een ont-
34082 slag wegens aansprakelijkheid, hetwelk moet volgen uit de goedkeuring van
34083 zekere stukken, gelijk hier art. 18 der statuten bepaalt, slechts kan strekken voor
34084 datgene wat uit die stukken blijkt". In deze beslissing acht ik alleen feitelijk,
34085 dat art. 18 bepaalt, dat ontslag wegens aansprakelijkheid volgt uit goedkeuring
34086 van bepaalde stukken. De inhoud van bedoeld artikel is ook den Hoogen Raad
34087 niet alleen kenbaar door deze min of meer vage aanduiding van den inhoud,
34088 doch mag door de verwijzing in het vonnis naar de fetielijke beweringen der
34089 partijen, welke daarin als ingelascht moeten worden gedacht, naar zijn geheelen
34090 inhoud bekend worden geacht. Trouwens voor zoover nu hier van belang, volgt
34091 ook reeds uit de achtste overweging van het bestreden vonnis, dat décharge van
34092 den directeur, wegens zijne handelingen in het afgeloopen jaar, geschiedt door
34093 de goedkeuring der balans en winst- en verliesrekening door de algemeene ver-
34094 gadering van aandeelhouders. Er is overigens in deze beslissing naar mijn oor-
34095 deel niet te lezen eene bepaalde uitlegging van de woorden, eene vaststelling
34096 van de strekking van deze statutenbepaling in het bijzonder, evenmin eene vaststelling
34097 van de strekking der hier verleende goedkeuring, als ware deze er eene in dit
34098 geval van bijzonderen aard. Integendeel dat eene décharge, af te leiden uit goed-
34099 keuring van bepaalde stukken, slechts strekt voor datgene wat uit die stukken
34100 blijkt, wordt door de Rechtbank, naar mij voorkomt, als algemeene rechtsregel
34101 vooropgesteld en dan die regel toegepast in dit geval, omdat bedoeld verband
34102 tusschen décharge en goedkeuring van bepaalde stukken ook in art. 18 voorhan-
34103 den is, terwijl van eenige gewilde afwijking van den rechtsregel geen sprake is
34104 in de statuten.
34105 De vraag is dus nu of die beslissing in hare algemeenheid juist is. Is zij dat,
34106 dan kan zij ook in dit geval niet worden aangetast.
34107 Ik acht de opvatting van de Rechtbank juist. Waar naar den vorm décharge
34108 als gevolg wordt verbonden aan goedkeuring van stukken, is in wezen die goed-
34109 keuring tevens het ontslag van aansprakelijkheid ter zake van de uit de goed-
34110 gekeurde stukken gebleken handelingen. Als regel niet meer, omdat niet kan
34111 geacht worden te zijn goedgekeurd wat niet ter keuring, ten onderzoek is aange-
34112 boden. Dienaangaande is dan niets beslist. Deze opvatting vindt steun o.a. in
34113 de beslissingen van het Duitsche Reichsgericht van 5 Dec. 1884. Entsch. 12, bl. 77,
34114 28 April 1885, E. 13, bl. 51, en 16 Dec. 1908, E. neue Folge, DI. 20, bl. 132, - alsmede
34115 hier te lande behalve in een vonnis van de Rechtbank te 's-Hertogenbosch van
34116 5 Febr. 1909, W. 8938, ook in een door den geachten pleiter voor de Perlak over-
34117 gelegde arbitrale uitspraak, gewezen onder presidium van Prof. F. A. Molster,
34118 van 29 Mei 1914.
34119 Op een bijzonderen wetstekst voor deze materie kan men zich tot staving dezer
34120 leer niet beroepen, zij is echter evenmin met eenige wetsbepaling in strijd, zij
34121 is een eisch der rede en der goede trouw en te haren behoeve mag een beroep
34122 worden gedaan op art. 1375 B. W.
34123 Door den geachten pleiter voor partij Deen, Mr. Nypels, is een beroep gedaan
34124 op art. 780 B. R., hetwelk in elk geval zou beletten, op eene vastgestelde rekening,
34125 behalve voor de daar aangegeven gevallen, terug te komen. Zijne uiteenzetting
34126 betreffende de herkomst dezer bepaling langs art. 541 der Code de Procédure
34127 Civile uit het oudere Fransche recht (Ordonnance 1667, tit. 29) moge gereedelijk
34128 als juist worden aangenomen, men moge zelfs toegeven, dat, niettegenstaande de
34129 eigenaardige plaats die art. 780 heeft te midden van de regeling der rekening-
34130 procedure en hoewell de inhoud, letterlijk genomen, slechts voor die procedure
34131 past, toch dat artikel in overeenstemming met de Fransche jurisprudentie zou
34132 geacht mogen worden toepasselijk te zijn, ook bij het doen van rekening en
34133 verantwoording in der minne, toch zal men die toepasselijkheid dan moeten be-
34134 perken tot de gevallen waarin van eene werkelijke gedetailleerde rekening en
34135 verantwoording sprake is, waarin over de verschillende elementen van debet en
34136 crediet kan worden gedebatteerd en beslist. Daarop alleen heeft dit artikel
34137 betrekking, niet op een algemeen gehouden rekening en verantwoording
34138 wegens beheer eener vennootschap als door een directeur aan aandeelhouders
34139 wordt gedaan. Zoo is ook de Fransche jurisprudentie. Bij arrest van
34140 de Cour de Cassation van 24 mai 1870, Dalloz P. 1870, 1, 407, werd beslist, dat
34141 art. 541 C. P. C. s'applique seulement en cas de comptes soit judiciaires soit
34142 amiables, discutés, approuvés ou ratifiés dans les conditions qui impliquent une
34143 véritable reddition de compte et non au cas où il s'agit de la vérification d'une
34144 comptabilité générale, tenue par le directeur d'une société commerciale sous la
34145 surveillance du conseil d'administration et le contrôle de l'assemblée générale
34146 des actionnaires. De Hooge Raad vergelijke ook Cour de Cass. 24 Jan. 1906,
34147 D. P. 1906, 1, 255.