Page 1190 in yearbook 1922

Page 1190 in yearbook 1922

Page Block

Scanned page

Yearbook Vol. Seq P.no Type Size File
1922 vanoss_1922_domestic 1190 1134 content 1923 × 2475 1922/36739

Blocks on this page 0

No blocks have been marked on this page.

Page content 78

The raw OCR output of this page, line by line.
34148 1134 PETROLEUM-MAATSCHAPPIJEN.
34149 Aangezien ik alzoo geene der aangehaalde artikelen geschonden acht, houd ik
34150 het eerste middel voor ongegrond.
34151 Bij het tweede middel wordt blijkens de toelichting bij pleidooi bedoeld te be-
34152 toogen, dat er zelfs in het systeem der Rechtbank décharge zou zijn, omdat de
34153 aankoop wèl uit de balans blijkt. Het niet blijken, het verzwijgen van andere
34154 omstandigheden zou slechts invloed gehad kunnen hebben op het al dan niet
34155 verleenen der décharge wegens den aankoop, doch kan niet verhinderen, dat die
34156 décharge wegens den aankoop verleend, ook van kracht is.
34157 Ik betoogde reeds, dat de kenlijke strekking van de beslissing der Rechtbank
34158 is, dat, al moge blijken uit de balans in verband met het jaarverslag, dat een
34159 aankoop had plaats gehad, de werkelijk plaats gehad hebbende transactie betref-
34160 fende de bedoelde aandeelen niet uit de in aanmerking komende stukken bleek,
34161 integendeel deze dienaangaande misleidend werkten. En omdat daarvan niet
34162 bleek, volgde uit de goedkeuring der stukken de décharge betreffende den werkelijk
34163 plaats gehad hebbenden aankoop niet.
34164 Het uitgangspunt van het middel is derhalve niet juist en het betoog daaraan
34165 in de eerste plaats vastgeknoopt gaat langs de bestreden beslissing heen.
34166 De Rechtbank besliste in de elfde overweging verder, dat bovendien de goede
34167 trouw, welke de wet wil zien toegepast bij de uitvoering der overeenkomsten,
34168 hier de verhouding tusschen partij Deen en partij Perlak, als directeur der door
34169 hem bestuurde vennootschap medebrengt, dat Deen zich op die goedkeuring (van
34170 balans en winst -en verliesrekening) niet kan beroepen, nu het hier juist de
34171 punten betreft, waaromtrent bedoelde stukken geen licht geven en welke de
34172 Perlak aan hem, als verzwegen, verwijt.
34173 Hiertegen richt zich het tweede middel verder. Indien mijne opvatting, betref-
34174 fende het onvoldoende der tegen het eerste gedeelte van 's Rechters beslissing in
34175 de elfde overweging neergelegd, juist wordt geacht, dan kan dit gedeelte van
34176 het middel buiten beschouwing blijven.
34177 De strekking van de nu aangevallen beslissing is, dat de goede trouw, bij de
34178 uitvoering van eene tusschen den directeur eener naamlooze vennootschap
34179 en zijne maatschappij bestaande arbeidsovereenkomst, medebrengt, dat de
34180 directeur in privé, aangeproken wegens handelingen als directeur ver-
34181 richt, door de maatschappij welker directeur hij was, zich niet mag beroepen
34182 op eene goedkeuring van stukken als oorzaak zijner décharge, als het juist de
34183 punten betreft welker niet-vermelding in die stukken en welker verzwijging als
34184 directeur tegenover de algemeene vergadering hem wordt verweten.
34185 De beslissing wat de goede trouw medebracht acht ik feitelijk en overigens de
34186 gegeven beslissing niet onjuist in dezen zin, dat de goede trouw wordt geacht
34187 mede te brengen, dat van eene aldus niet desbewust gegeven goedkeuring het
34188 gevolg, de décharge, door zulk een directeur niet wordt geaccepteerd en zoodanige
34189 décharge als niet verkregen worde beschouwd tegenover zijne maatschappij waar
34190 deze hem juist zelve verwijt die goedkeuring op onregelmatige wijze te hebben
34191 verkregen.
34192 .. Ten aanzien van het derde middel onderdeel a zij opgemerkt, dat, ook al waren
34193 de daarin neergelegde stellingen juist, het middel toch niet tot cassatie zou
34194 kunnen leiden, omdat de beslissing der Rechtbank niet is gebaseerd op een
34195 plichtverzuim uit niet-handelen afgeleid, doch blijkens de 24ste rechtsoverweging
34196 berust op een positief handelen, hetwelk blijkens de 31ste overweging door den
34197 rechter in hooge mate als plichtverzuim wordt beschouwd. Daaromtrent kan m. i.
34198 geen twijfel bestaan. De Rechtbank neemt als vaststaand feit aan, „dat partij
34199 Deen de transactie met Gebr. Teixeira de Mattos heeft bedacht, heeft ontworpen,
34200 heeft doen voorstellen aan het bestuur der Perlak", „heeft doen aannemen door
34201 commissarissen, heeft afgesloten en helpen uitvoeren, zoodat met volle recht de
34202 Perlak heeft gesteld, dat partij Deen de verkrijging en dat wel door aankoop
34203 tegen den prijs van f 3.757.500 heeft bewerkstelligd," en zij overweegt dan, dat
34204 partij Deen door het bewerkstelligen van den aankoop van de 1500 gewone aan-
34205 deelen Zuid-Perlak in hooge mate zich aan plichtverzuim heeft schuldig gemaakt.
34206 Ik acht het dan ook overbodig op het bij en naar aanleiding van dit onderdeel
34207 betoogde wijder in te gaan. Ik meen onder deze omstandigheden er mede te
34208 mogen volstaan met op te merken, dat ook naar mijn oordeel art. 134 B. R. wel
34209 degelijk moet geacht worden te gelden ook voor de Kantongerechtsprocedure.
34210 Het staat in nauw verband en is de noodzakelijke aanvulling zoowel van art. 5
34211 sub 30, als van art. 125b, tweede lid, B. R. Dat het inleidend verzoekschrift, in
34212 art. 125b bedoeld, niet dagvaarding wordt genoemd, doch de kennisgeving van
34213 den Griffier de kracht van dagvaarding heeft, is hierbij volkomen zonder betee-
34214 kenis. Dit klemt te meer, daar het bezigen van de uitdrukking „dagvaarding",
34215 niet alleen voor de oproeping tot verschijnen, maar ook voor mededeeling der
34216 feiten, ter zake waarvan men in rechte wordt geroepen eigenlijk geheel onjuist
34217 is en bij art. 125b vlg. de juiste onderscheiding wordt gemaakt. De grondslag van
34218 het proces is en moet blijven, zoowel bij Rechtbank als bij Kantonrechter, dat-
34219 gene waarvoor de gedaagde partij in rechten is geroepen. De inhoud daarvan
34220 is beslissend voor den omvang van den rechtsstrijd, onverschillig op welke wijze
34221 de gedaagde partij daarmede in kennis is gesteld, ook dus zelfs bij vrijwillige
34222 verschijning van beide partijen voor den Kantonrechter zonder schriftelijke op-
34223 roeping.
34224 Verandering van eisch zou ik derhalve cok in deze procedure ongeoorloofd,ach-
34225 ten en in zoover acht ik derhalve de beslissing van de Rechtbank, in de zesde