Page 1191 in yearbook 1922

Page 1191 in yearbook 1922

Page Block

Scanned page

Yearbook Vol. Seq P.no Type Size File
1922 vanoss_1922_domestic 1191 1135 content 1761 × 2451 1922/36740

Blocks on this page 0

No blocks have been marked on this page.

Page content 52

The raw OCR output of this page, line by line.
34226 PETROLEUM-MAATSCHAPPIJEN. 1135
34227 het overweging onderwerp gegeven, van den onjuist. eisch Zij geene besliste sprake echter zou zijn ook en dat de van voor eene dat verandering onderdeel aan- van
34228 is is Deen nomen wering Ten nomen, gegeven geweest ook voortgevloeid. van en uit aanzien gronden een kende een welke partij van In Dr. onderdeel schijnen het Perlak, onderdeel onderdeel vaststaande Blumer's van middel wel dat b van het zij feiten datgene komt al ongunstig aannemelijk. middel dan dat wat opgemerkt, datgene ten als rapport voldoende feitelijken dat slotte wat grondslag de tot de als betreffende zijn grondslag der toewijzing omstandigheid, recht, vaststaand Aloë zou vordering der zoodat Mas, is dat missen, is de vordering slechts aange- aange- partij ver- be-
34229 rijker beroep Dat, werpelijk zou was zooals is. zijn bij gedaan, dan pleidooi kan dat door werd betreffende den betoogd, hoogen Aloë dit Raad rapport Meurante, niet waarop betreffende beoordeeld reeds Aloë worden Mas dadelijk en is belang- een ook
34230 De datgene overigens toevoeging wat zonder als nu belang. bij grondslag repliek van de van een vordering nader was toelichtend gesteld, is feit naar ter mijn adstructie oordeel met van
34231 wat geene plaats Wat der betreft het bedoeld vierde de te aangehaalde middel klagen omstandigheid, artikelen over betreft, dat is in gemis partij blijkens strijd. aan de Deen motiveering toelichting roekeloos van bij het de pleidooi belang beslissing, in der de speciaal Perlak eerste
34232 aan heeft geheel klacht Daargelaten niet motiveering, ontbraken, achtergesteld. de nog minste dat wat indien in hier de grond. cassatie zeer In beweegredenen, de zeker slechts 27ste niet zou het tot overweging kunnen de geval is, worden van beslissing is het voor geklaagd geleid de bestreden over aangeduide hebbende, vonnis gemis
34233 dat geeft het de belang Rechtbank van de in Perlak bijzonderheden door partij te Deen kennen, roekeloos waarop is haar achtergesteld. oordeel steunt, Wat
34234 nu van veering Wat in de nu wordt cassatie redenen de nog die verlangd, onderdeelen tot als een deze eisch betreft wordt verlangen, motiveering van het dat gesteld, hebben echter is middel, in geleid. feitelijk de wordt wet niet in Motiveering geenerlei anders onderdeel van dan steun a de ten opgave vindt. moti- on-
34235 rechte voorgesteld, dat partij Deen's wanprestatie en dientengevolge zijne ver-
34236 plichting tot schadevergoeding wordt aangenomen, op grond van het feit, dat
34237 De schade 29ste is geleden. overweging mag niet worden los gemaakt van de beide daaraan vooraf-
34238 gaande en de kenlijke strekking van wat de Rechtbank in die 29ste overweging
34239 zegt, wingen is en dan met dat, waar verzwijging gehandeld daarvan werd voor de niettegenstaande belanghebbenden, verschillende de handelende waarschu-
34240 partij (Deen) geene verontschuldiging kon vinden in het feit, dat hij zelf wellicht
34241 die waarschuwing zonder voldoenden grond achtte, maar dat deze dan het risico
34242 voor de handeling had te dragen en dus, nu schade is geleden, die handelende
34243 persoon ook voor die schade aansprakelijk is te houden.
34244 Die gedachtengang van de Rechtbank is juist. Zij sluit geheel in haar riens-
34245 wijze, dat niet opzettelijk, doch roekeloos het belang der Perlak is achtergesteld
34246 en dit roekeloos handelen wordt beschouwd als plichtsverzuim onafhankelijk van
34247 het gevolg, dat schade is geleden, doch medebrengende dat, nu dientengevolge
34248 schade aanwezig is, deze door den roekeloos handelende worde vergoed.
34249 Ook onderdeel b acht ik hiermede weerlegd, want de Rechtbank heeft dus niet
34250 laten wegen omstandigheden welke niet aanwezig waren op het oogenblik, dat
34251 door partij werd gehandeld.
34252 Ten aanzien van onder deel c merk ik op, dat van splitsing eener bekentenis in
34253 strijd met art. 1961 B.W., naar mijn oordeel, geene sprake is. In de 22ste en 23ste over-
34254 weging heeft de Rechtbank een aantal feiten en omstandigheden als vaststaand
34255 aangenomen, op grond dat deze waren erkend of niet tegengesproken. De feiten,
34256 die daarnevens door partij Deen zijn gesteld, strekten om op eerstbedoelde een
34257 bepaald licht te doen vallen, doch die eerstbedoelde gaaf erkende of niet weer-
34258 sproken feiten en omstandigheden vormen met die verklaringsfeiten geenszins
34259 eene onsplitsbare bekentenis als in art. 1961 bedoeld. Integendeel de waarde
34260 van de erkende en niet weersproken feiten, het karakter en de strekking daarvan
34261 stond vrij ter beoordeelling van den rechter en hij was dan ook geenszins ver-
34262 plicht, waar hij dat te zijner voorlichting kon ontberen, bewijsgelegenheid te geven
34263 met betrekking tot het door partij Deen daarnevens aangevoerde. Ook dit onder-
34264 deel acht ik dus ongegrond.
34265 Ten slotte onderdeel d. Uit niets blijkt, dat de rechter, op de gewone en alge-
34266 meen gebruikelijke wijze de gedaagde partij veroordeelende om aan hare weder-
34267 partij te vergoeden alle kosten, schaden en interessen, door haar geleden op te
34268 maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, bedoeld zou hebben te doen
34269 vergoeden schaden die men niet heeft kunnen voorzien. De rechter heeft gebezigd
34270 de gebruikelijke formule in dezelfde woorden die de wet bezigt en kenlijk in
34271 denzell'den zin daaraan in de wet gehecht. Uit geene der aangehaalde wetsarti.
34272 kelen kan worden afgeleid, dat de rechter hier eene onderscheiding had moeten
34273 uitdrukken als bij het middel bedoeld. Voor beklag bestaat dan ook in dit
34274 opzieht geenerlei grond.
34275 Mijne conclusie strekt mitsdien tot verwerping van het beroep en tot veroor-
34276 deeling van partij Deen in de kosten van cassatie.
34277 De Hooge Raad enz. :